ECLI:NL:GHLEE:2002:AD8995
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete bij niet tijdig doen van belastingaangifte
De belanghebbende kreeg een verzuimboete opgelegd van ƒ 1.250 wegens het niet tijdig doen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 1999. Daarnaast werd een verzuimboete van ƒ 750 opgelegd bij de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAZ), welke na bezwaar werd verminderd tot ƒ 250 en niet langer werd bestreden.
De belanghebbende stelde dat de aangifte tijdig was verzonden en dat er sprake was van rechtsongelijkheid ten opzichte van haar echtgenoot. Het hof stelde vast dat het aangiftebiljet gedagtekend was op 24 augustus 2000, maar pas op 30 augustus 2000 bij de inspecteur was ontvangen, terwijl de uiterste inleverdatum 25 augustus 2000 was. De verklaring dat het biljet op 24 augustus was verzonden werd niet geloofd.
Het hof oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat de aangifte niet binnen de gestelde termijn was ingediend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen. Gezien eerdere verzuimen en de ernst van het feit achtte het hof de boete passend en wettelijk geboden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de verzuimboete wegens het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.