ECLI:NL:GHLEE:2002:AD8384

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
18 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 598/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • prof. mr. Aardema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22j AWRArt. 26 lid 1 AWRArt. 26c AWRArt. 6:7 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in belastingzaak

Belanghebbende was niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen een uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela over een beschikking in het kader van de Wet waardering onroerende zaken. De niet-ontvankelijkverklaring was gebaseerd op het feit dat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.

Belanghebbende stelde echter dat hij het beroepschrift tijdig, op 16 augustus 2001, ter post had bezorgd, wat binnen een week na het verstrijken van de beroepstermijn van 17 augustus 2001 was. Het hof oordeelde dat, gezien deze stelling en het feit dat het beroepschrift binnen een week na de termijn bij het hof was ingekomen, ervan uitgegaan mag worden dat het beroepschrift tijdig ter post is bezorgd.

Het hof verklaarde daarop het verzet gegrond en herstelde daarmee de ontvankelijkheid van het beroep van belanghebbende. Belanghebbende had geen verzoek gedaan om te worden gehoord, en het hof zag geen aanleiding om hem uit eigen beweging te horen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de eerste enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 18 januari 2002 en aan partijen aangetekend verzonden op 23 januari 2002.

Uitkomst: Het hof verklaart het verzet gegrond en herstelt de ontvankelijkheid van het beroep.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 598/01 18 januari 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer van 31 augustus 2001.
De belastingkamer heeft voormelde uitspraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela (hierna: b. en w.), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de te zijn aanzien genomen beschikking als bedoeld in artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken.
Ingevolge de artikelen 22j en 26, eerste lid en 26c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 6:7 en Pro 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van b. en w., binnen zes weken na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij de rechter tot wiens rechtsgebied de standplaats van b. en w. behoort.
Vaststaat dat de uitspraak van b. en w. is gedagtekend 6 juli 2001 en het beroepschrift ter post is bezorgd op 21 augustus 2001, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van die uitspraak.
Op grond van die omstandigheid is belanghebbende bij voormelde uitspraak niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingekomen op 22 augustus 2001.
Belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat hij zijn beroepschrift op donderdag 16 augustus 2001 ter post heeft bezorgd.
Het hof is van oordeel dat, nu belanghebbende stelt dat hij het beroepschrift op 16 augustus 2001 ter post heeft bezorgd, en dit beroepschrift bij het hof is ingekomen binnen 1 week na het einde van de beroepstermijn, zijnde 17 augustus 2001, er van uit mag worden gegaan dat belanghebbende zijn beroepschrift tijdig ter post heeft bezorgd.
Op grond van het vorenstaande dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet gegrond.
Gedaan op 18 januari 2002 door prof. mr. Aardema, vice-president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 23 januari 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan beide
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.