ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0153

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 mei 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00139
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie verkeersvoorschriften

Betrokkene was door de kantonrechter gedeeltelijk in het gelijk gesteld en de opgelegde administratieve sanctie gematigd tot 90 gulden. Tegen deze beslissing stelde betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden. De advocaat-generaal diende een verweerschrift in en betrokkene gaf een nadere schriftelijke toelichting.

Volgens artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is hoger beroep alleen mogelijk als de sanctie meer bedraagt dan 150 gulden of als betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid. Omdat de sanctie hier 90 gulden bedraagt, is hoger beroep niet toegestaan.

Betrokkene voerde aan dat de kantonrechter hem ter zitting had medegedeeld dat hoger beroep mogelijk was, maar het hof oordeelde dat dit vertrouwen niet tot ontvangst in hoger beroep kan leiden. Het voorschrift is van openbare orde en kan niet door een rechterlijke mededeling worden omzeild.

Het gerechtshof verklaarde betrokkene daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het beroep af.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een administratieve sanctie van 90 gulden.

Uitspraak

WAHV 01/00139
23 mei 2001
CJIB 32178924
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Rotterdam
van 23 februari 2001
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [plaatsnaam].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam gedeeltelijk gegrond verklaard en de opgelegde sanctie gematigd tot f 90,--. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 90,--. Art. 14 WAHV Pro biedt de betrokkene derhalve in het onderhavige geval niet de mogelijkheid van hoger beroep.
3.2. De betrokkene stelt dat hij toch dient te worden ontvangen in zijn hoger beroep, nu de kantonrechter ter zitting van 23 februari 2001 aan hem zou hebben medegedeeld, dat dit rechtsmiddel voor hem open staat.
3.3. Art. 14 WAHV Pro bepaalt in welke gevallen tegen een beslissing van de kantonrechter een rechtsmiddel kan worden ingesteld. Dit voorschrift is van openbare orde. Ook al zou de kantonrechter bij de betrokkene het vertrouwen hebben gewekt dat hij bij een opgelegde administratieve sanctie van f 90,-- in hoger beroep kon gaan, dan brengt dit nog niet mee dat de betrokkene hierin dient te worden ontvangen. Nu volgens de wet geen rechtsmiddel open staat, komt de betrokkene door hem niet in zijn hoger beroep te ontvangen immers niet in een nadeliger positie dan indien dat vertrouwen niet zou zijn gewekt.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.