ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0142

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 april 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00289
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
  • Vellinga
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) Art. 20d
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring administratieve sanctie snelheidsovertreding

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van 240 gulden wegens een snelheidsovertreding op 17 maart 1999 op de N5 buiten de bebouwde kom. De beschikking was gericht aan een persoon met dezelfde achternaam maar een andere voorletter, wonende op hetzelfde adres als betrokkene.

Betrokkene voerde aan dat de beschikking ten onrechte aan hem was gericht, omdat deze bedoeld zou zijn voor een andere persoon. Uit het dossier bleek echter dat de auto waarmee de overtreding werd begaan, was verhuurd aan betrokkene zelf, en dat het verschil in voorletter waarschijnlijk een kopieerfout betrof.

Het hof oordeelde dat sprake was van een voor betrokkene kenbare vergissing en dat betrokkene alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld om zekerheid te stellen. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en verwees de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling.

Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor behandeling door de kantonrechter.

Uitspraak

WAHV 00/00289
12 april 2001
CJIB 26391535
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amsterdam
van 18 september 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij brief van 14 december 2000 heeft het hof de advocaat-generaal verzocht nadere informatie in het geding te brengen.
Bij brief van 2 januari 2001 heeft de advocaat-generaal aan voormeld verzoek voldaan.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld op de nadere informatie te reageren. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 12 maart 2001 heeft de betrokkene een afschrift van de beslissing van de kantonrechter te Zaandam ingezonden.
De zaak is behandeld ter zitting van 29 maart 2001. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr N.D.P. van der Hoek. De betrokkene is niet verschenen.
Na de behandeling ter zitting heeft de voorzitter de zaak ter behandeling verwezen naar de meervoudige kamer.
3. Beoordeling
3.1. Aan M. [naam], [adres + woonplaats], is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,- opgelegd ter zake van “overschrijding van de maximumsnelheid op (auto) wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1); > 25 en t/m 30 km/h“, welke gedraging zou zijn verricht op 17 maart 1999 op de N5 in de gemeente Amsterdam.
3.2. De betrokkene, woonachtig op voormeld adres, voert -zakelijk weergegeven- aan, dat de inleidende beschikking ten onrechte naar zijn adres is gestuurd, omdat deze is gericht aan M. [naam], die woonachtig is in [woonplaats]. De betrokkene ontvangt wel vaker post voor M. [naam] en dit heeft hij reeds verschillende keren aan het CJIB medegedeeld.
3.3. Uit de stukken in het dossier blijkt dat de auto, waarmee de onderhavige gedraging is gepleegd, tussen 16 maart 1999 en 20 maart 1999 werd verhuurd aan een persoon genaamd M. [naam], geboren op [geboortedatum] en woonachtig op het adres [adres + woonplaats], die zich legitimeerde met een rijbewijs met het nummer [nummer], geldig tot 12 september 2005. Het betreffende huurcontract, dat zich bij de stukken bevindt, is gebrekkig gekopieerd, waardoor enkele gegevens zijn weggevallen. In het Centraal Rijbewijzen- en Bromfiets-certificatenregister staat betrokkene, S. [naam], geboren op [geboortedatum], geregistreerd met een rijbewijs met nummer [nummer], welk rijbewijs is afgegeven op 27 november 1996 en geldig is tot 12 september 2005. Het geringe verschil tussen beide hierboven genoemde rijbewijsnummers kan uitsluitend worden verklaard door het niet volledig kopiëren van het huurcontract. Het hof stelt vast dat de initiële beschikking derhalve betrekking heeft op en verzonden is aan dezelfde persoon als degene aan wie de auto, waarmee de onderhavige gedraging werd gepleegd, werd verhuurd, te weten S. [naam].
3.4. Naar het oordeel van het hof is in een geval als het onderhavige, waarin de initiële beschikking werd verzonden aan M. [naam], sprake van een voor betrokkene kenbare vergissing, temeer daar de voorletter "M" reeds bij de verhuurder ten onrechte werd gebruikt en betrokkene heeft aangegeven dat op zijn adres niet een andere [naam] woont.
3.5. Nu de betrokkene kennelijk geen zekerheid heeft gesteld als gevolg van het feit dat hij zich op het thans onjuist bevonden standpunt stelde dat de administratieve sanctie niet aan hem was opgelegd, is het hof van oordeel dat de kantonrechter hem alsnog in de gelegenheid dient te stellen om zekerheid te stellen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Amsterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs Kalsbeek, Vellinga en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier.