ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0132

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 maart 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00030
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 12 WAHVArt. 13 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid bij administratieve sanctie

In deze zaak stond het hoger beroep van betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter te Eindhoven centraal, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat betrokkene niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van een administratieve sanctie. Betrokkene stelde dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet ter zitting had behandeld.

Het gerechtshof oordeelde dat op grond van de artikelen 11, 12 en 13 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) de kantonrechter in geval van het niet of niet tijdig stellen van zekerheid het beroep kan afdoen zonder betrokkene te horen. Dit volgt ook uit de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Gelet op deze wettelijke bepalingen en de onbestreden feiten bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter. Het hoger beroep werd derhalve verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid.

Uitspraak

WAHV 01/00030
21 maart 2001
CJIB 29567295
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Eindhoven
van 14 november 2000
betreffende
betrokkene (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te Eindhoven.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
3.2. De betrokkene voert onder meer aan, dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet ter zitting heeft behandeld. Uit het systeem van de wet, zoals dat besloten ligt in de art. 11, leden 3 en 4, 12, lid 1en 13, lid 1, WAHV, volgt evenwel, dat in geval van het niet of niet tijdig stellen van zekerheid de kantonrechter op het beroep kan beslissen zonder de betrokkene te horen (vgl. HR 3 maart 1992, VR 1992, 68).
3.3. De beslissing van de kantonrechter dient, gelet op het vorenoverwogene, te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, vice-president als voorzitter, Kalsbeek en Van Dijk, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.