ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0117
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hof bij beroep in cassatie tegen beslissing kantonrechter
De betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter te Haarlem. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard. Vervolgens is een beroepschrift in cassatie ingediend bij het kantongerecht, dat dit doorzond naar de Hoge Raad. De Hoge Raad stuurde de stukken door naar het gerechtshof Leeuwarden.
Tijdens de schriftelijke en mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van de betrokkene betoogd dat het hof niet bevoegd is om over het beroep in cassatie te oordelen en dat het beroepschrift aan de Hoge Raad moet worden voorgelegd. Het hof heeft dit standpunt overgenomen en besloten het beroepschrift en de bijbehorende stukken aan de griffier van de Hoge Raad te overhandigen.
De zaak is behandeld op 12 februari 2001, waarbij de advocaat-generaal en de gemachtigde van de betrokkene aanwezig waren. Het arrest is op 26 februari 2001 uitgesproken. Hiermee wordt bevestigd dat het hof niet bevoegd is om in cassatie te oordelen over de beslissing van de kantonrechter in deze bestuursrechtelijke bestuursstrafrechtelijke zaak.
Uitkomst: Het gerechtshof stelt het cassatieberoep en stukken door aan de Hoge Raad wegens gebrek aan bevoegdheid.