ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0116

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
26 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00414
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie verkeersvoorschriften

Betrokkene was tegen twee administratieve sancties voor gelijktijdig verrichte gedragingen in beroep gegaan bij de officier van justitie, de kantonrechter en het hof. De sancties bedroegen respectievelijk ƒ 120,-- en ƒ 60,--. De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het hof moest beoordelen of betrokkene ontvankelijk was in het hoger beroep.

Volgens art. 14 WAHV Pro kan hoger beroep bij het hof alleen worden ingesteld als de sanctie meer dan ƒ 150,-- bedraagt of bij niet-tijdige zekerheidstelling. Betrokkene stelde dat beide sancties samengeteld moesten worden, waardoor de drempel werd overschreden.

Het hof oordeelde dat de sancties betrekking hadden op afzonderlijke gedragingen en dat de rechtsmiddelen per beschikking afzonderlijk waren behandeld. Daarom kon de sancties niet worden opgeteld en was betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Het arrest werd gewezen door het gerechtshof Leeuwarden op 26 februari 2001 en bevestigde de beslissing van de kantonrechter.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet overschrijden van de sanctiedrempel per beschikking.

Uitspraak

WAHV 00/00414
26 februari 2001
CJIB 29012758
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Apeldoorn
van 13 november 2000
Betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 12 februari 2001. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.J. Beswerda.
Na de behandeling ter zitting heeft de voorzitter de zaak ter afdoening verwezen naar de meervoudige kamer.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. Blijkens de initiële beschikking bedraagt de aan de betrokkene opgelegde sanctie ƒ 120,--. Deze sanctie is door de officier van justitie gematigd tot een bedrag van ƒ 60,--.
Deze beslissing is door de kantonrechter bekrachtigd.
3.2. De betrokkene voert aan, dat aan hem ter zake van twee gelijktijdig verrichte gedragingen twee administratieve sancties zijn opgelegd, te weten in deze zaak een sanctie van ƒ 120,-- en in een andere zaak een sanctie van ƒ 60,--.
Tegen beide sancties is door hem beroep ingesteld bij de officier van justitie, de kantonrechter en het hof. De betrokkene is van mening, dat in het kader van art. 14 WAHV Pro beide sancties dienen te worden opgeteld, zodat de drempel van ƒ 150,-- wordt overschreden.
3.3. Gelet op het in r.o. 3.1. overwogene is het hof van oordeel dat de betrokkene niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd, doet hieraan niet af, en wel reeds daarom niet, omdat aan de betrokkene bij afzonderlijke inleidende beschikkingen een administratieve sanctie is opgelegd ter zake van twee weliswaar tegelijkertijd verrichte, maar verschillende gedragingen en op de tegen die beschikkingen aangewende rechtsmiddelen dienovereenkomstig steeds per beschikking afzonderlijk is beslist.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, vice-president als voorzitter, Kalsbeek en Huisman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2001.