ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0110

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00297
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2, eerste lid, WAHVArt. 67 WVW 1994Art. 69, eerste lid, WVW 1994Art. 72, eerste en tweede lid, WVW 1994Art. 73, eerste lid, sub b, WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens verlopen keuringsbewijs motorvoertuig

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van 180 gulden wegens het ontbreken van een geldig keuringsbewijs voor een motorvoertuig van 3500 kg of minder op 22 september 1999. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond.

In hoger beroep betwistte de betrokkene niet de gedraging zelf, maar voerde aan dat vanwege de restauratie van het voertuig en de minimale duur van kentekenschorsing het aanvragen van schorsing geen reële optie was. Het hof overwoog echter dat schorsing van het kenteken mogelijk was en dat de betrokkene op grond van de Wegenverkeerswet 1994 te allen tijde opheffing van de schorsing had kunnen verzoeken.

Het hof wijzigde de feitcode en omschrijving van de gedraging in de beschikking van K045A naar K045B, namelijk dat het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren, en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond. De sanctie werd daarmee gehandhaafd, maar de feitcode werd aangepast aan de juiste overtreding.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard met wijziging van de feitcode en omschrijving van de gedraging.

Uitspraak

WAHV 00/00297
21 februari 2001
CJIB 30373668
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Alphen a/d/ Rijn
van 18 augustus 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Betrokkene heeft bij brief van 7 november 2000 een correctie op het in zijn beroepschrift gestelde aangebracht.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,= opgelegd ter zake van “voor het motorvoertuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven“, welke gedraging zou zijn verricht op 22 september 1999.
3.2. De betrokkene betwist niet dat hij de gedraging heeft verricht. Wel voert hij aan, dat - in aanmerking genomen dat de auto was gekocht als restauratie-object, de geschatte restauratietijd twee maanden was en dat de periode van twee maanden na afloop van de geldigheidsduur van het APK-bewijs, waarbinnen tegen stilstaan tijdens ongeldigheid van het keuringsbewijs niet wordt opgetreden, ten tijde van de aankoop reeds was verstreken - , het aanvragen van schorsing van het kenteken van de auto, gelet op de geschatte restauratietijd van twee maanden en de minimale duur van een dergelijke schorsing, te weten drie maanden, voor hem geen reële mogelijkheid was.
3.3. Op grond van art. 72, eerste lid en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 dient voor een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven een keuringsbewijs te zijn afgegeven dat zijn geldigheid niet heeft verloren. In het onderhavige geval heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren op 9 mei 1999. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden zijn naar het oordeel van het hof niet van dien aard dat zij het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken noch dat de sanctie had behoren te worden gematigd. De betrokkene had immers schorsing van het kentekenbewijs kunnen aanvragen (art. 67 WVW Pro 1994), welke schorsing meebrengt dat artikel 72 WVW Pro 1994 gedurende de periode van schorsing niet geldt (artikel 73, eerste lid, sub b, WVW 1994), en vervolgens op grond van het in artikel 69, eerste lid WVW bepaalde, te allen tijde opheffing van de schorsing kunnen verzoeken.
3.4. Met betrekking tot de vraag welke gedraging in de zin van art. 2, eerste lid, WAHV de betrokkene heeft verricht overweegt het hof het volgende. Voor de auto in kwestie was, vóór de datum van de gedraging, een keuringsbewijs afgegeven, doch dit bewijs had reeds vóór 22 september 1999 zijn geldigheid verloren. Derhalve is artikel 72, tweede lid, sub b, WVW 1994 overtreden. Deze gedraging is in de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, WAHV opgenomen onder feitcode K045B (voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren). De hoogte van de daarbij behorende sanctie is gelijk aan die welke is gesteld op de bij feitcode K045A gestelde gedraging, welke in de inleidende beschikking is vermeld. Het hof zal derhalve de inleidende beschikking voor zover daarin de feitcode K045A en als gedraging “voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven” is opgenomen, wijzigen. De omschrijving van de gedraging wordt gewijzigd in: “voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren” en de feitcode in: K045B. Het hof zal voor het overige het beroep ongegrond verklaren.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, voor zover daarbij de feitcode en de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking in stand zijn gelaten;
wijzigt, met vernietiging van de inleidende beschikking in zoverre, de feitcode in: K045B en de omschrijving van de gedraging in: “voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren”;
verklaart het beroep voor het overige ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, vice-president als voorzitter, Kalsbeek en Huisman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 februari 2001.