ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0099

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
17 januari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00302
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding beroepschrifttermijn

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter, die het beroep tegen een beslissing van de officier van justitie ongegrond had verklaard. Het hoger beroep moest worden ingesteld binnen zes weken na toezending van de bestreden beslissing.

De bestreden beslissing was op 19 juli 2000 aan betrokkene toegezonden, maar het beroepschrift werd pas op 21 september 2000 ontvangen, wat buiten de termijn viel. Betrokkene voerde aan dat een sterfgeval in de familie en een daaropvolgende vakantie de reden waren voor de late indiening.

Het hof oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen en verklaarde betrokkene daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 17 januari 2001 door mr Huisman.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepschrifttermijn.

Uitspraak

WAHV 00/00302
17 januari 2001
CJIB 26943411
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Leiden
van 3 juli 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de artt. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Voorts bepaalt het te dezen toepasselijke art. 6:9 Awb Pro dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
3.2. De bestreden beslissing is blijkens de daarop geplaatste mededeling op 19 juli 2000 aan de betrokkene toegezonden.
Het beroepschrift, gedateerd 16 september 2000, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 21 september 2000 ter griffie van het kantongerecht ontvangen. Het beroepschrift is dus niet binnen de wettelijke termijn ingediend.
3.3. Het te dezen toepasselijke art. 6:11 Awb Pro bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij niet binnen de gestelde termijn een beroepschrift heeft ingediend wegens een sterfgeval in de familie en aansluitend een vakantie.
3.4. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden brengen niet mee dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege moet blijven.
3.5. Het hof zal de betrokkene derhalve niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Huisman, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 januari 2001.