ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0098

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
10 januari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00364
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 AwbArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij bestuursstrafrechtelijke zaak

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard. Het hof beoordeelde of het beroepschrift tijdig was ingediend, waarbij de termijn zes weken bedroeg vanaf de dag na toezending van de bestreden beslissing.

Het beroepschrift was gedateerd op 18 augustus 2000 en kwam op 19 augustus 2000 bij de griffie binnen, terwijl de bestreden beslissing op 20 juni 2000 aan betrokkene was toegezonden. Hierdoor was het beroepschrift niet tijdig ingediend.

Betrokkene voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder de medische situatie van zijn compagnon. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden niet voldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen.

Daarom werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door mr Vellinga, vice-president, op 10 januari 2001.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

WAHV 00/00364
10 januari 2001
CJIB 20156804
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Zaandam
van 20 juni 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft - nadat de Hoge Raad de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.
3.2. Het beroepschrift is gedateerd 18 augustus 2000 en het is blijkens een daarop geprinte regel van het faxapparaat op 19 augustus 2000 ter griffie van het kantongerecht ingekomen. Aangezien de bestreden beslissing blijkens een daarop gestelde aantekening op 20 juni 2000 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.
3.3. Het te dezen toepasselijke art. 6:11 Awb Pro bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.4. De betrokkene stelt zich op het standpunt, dat in zijn geval er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De betrokkene voert aan, dat hij in de periode waarin hij hoger beroep diende in te stellen onder zeer zware werkdruk stond, omdat zijn compagnon in die periode een operatie en nadien een aantal medische behandelingen heeft ondergaan, waardoor hij niet heeft kunnen werken.
3.5. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden brengen echter niet mee, dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is.
3.6. Gelet op het vorenoverwogene dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mevrouw Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 januari 2001.