ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8935
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beschikking kantonrechter inzake verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel WAHV
De betrokkene maakte verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het verzet ongegrond. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
Het hof oordeelde dat het verzetschrift, hoewel aanvankelijk bij een onbevoegd kantongerecht ingediend, tijdig was ontvangen en terecht was doorgezonden. Het hof verwees naar de toepasselijkheid van artikel 6:15 Awb Pro en de verplichting tot doorzending van bezwaarschriften.
Verder stelde het hof vast dat het verzet niet gericht kan zijn tegen de oorspronkelijke sanctiebeschikking, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, welke in deze zaak niet aanwezig waren. Ook werd het beroep van betrokkene op een eerder ingediend beroep verworpen wegens gebrek aan bewijs van ontvangst.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter dat het verzet ongegrond is en dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel ongegrond is en dat het verzetschrift tijdig was ingediend.