ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8838
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Huisman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel verkeersboete
De betrokkene stelde verzet in tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel opgelegd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het verzet niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen aan de verplichting tot zekerheidstelling en betaling van griffierecht.
In hoger beroep constateerde het hof dat de mededeling van de griffier niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 26a WAHV. De termijn voor zekerheidstelling werd onjuist berekend vanaf de dagtekening in plaats van de verzenddatum, het rekeningnummer van het CJIB was foutief, en het bedrag van de zekerheidstelling was onjuist vermeld. Tevens ontbrak een duidelijke waarschuwing over de gevolgen van niet-tijdige betaling.
Verder oordeelde het hof dat de beslistermijn van 18 maanden op het verzet was overschreden door langdurige inactiviteit zonder rechtvaardiging. Dit leidde tot schending van beginselen van behoorlijke procesorde en behoorlijk bestuur, waardoor het verzet alsnog gegrond werd verklaard. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en bepaalde restitutie van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beschikking van de kantonrechter en verklaart het verzet gegrond vanwege onjuiste mededelingen en overschrijding van de beslistermijn.