ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8833

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00/00424
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WAHVArt. 26a WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beschikking verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel WAHV

De betrokkene had verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter had dit verzet ongegrond verklaard. De betrokkene stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof.

Het hof oordeelde dat op grond van de artikelen 26 en 26a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) binnen 18 maanden op het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel beslist moet worden, behoudens bijzondere omstandigheden. In deze zaak was de termijn van 18 maanden ruim overschreden, mede door lange perioden van inactiviteit en onvoldoende activiteit zonder rechtvaardiging.

Daarom verklaarde het hof het verzet alsnog gegrond, vernietigde de beschikking van de kantonrechter, en bepaalde dat de betaalde griffierechten en zekerheid aan de betrokkene worden gerestitueerd. Deze beslissing werd uitgesproken door mr Vellinga namens het gerechtshof Leeuwarden.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het verzet gegrond en vernietigt de beschikking van de kantonrechter wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

WAHV 00/00424
5 december 2001
CJIB 25261737
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Gorinchem
van 19 september 2001
betreffende
[betrokkene]en.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 1 maart 2000 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. De aard van de onderhavige verzetprocedure brengt mee, zoals ook volgt uit de verschillende in de artikelen 26 en 26a WAHV met het oog daarop gegeven voorschriften, dat op het tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel tijdig gedane verzet op korte termijn wordt beslist. Vorenoverwogene brengt met zich mee dat in beginsel - dat wil zeggen: behoudens bijzondere omstandigheden die een langere periode kunnen rechtvaardigen - binnen 18 maanden onherroepelijk op het verzet moet zijn beslist. Overschrijding van deze termijn levert een schending op van beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor een verdere tenuitvoerlegging van het dwangbevel in strijd zou komen met beginselen van behoorlijk bestuur.
3.2. Inmiddels zijn ruim 20 maanden verstreken sinds de betrokkene verzet heeft aangetekend. Deze periode is veroorzaakt door lange perioden van inactiviteit en inadequate activiteit, waarvoor geen rechtvaardiging kan worden gevonden. Derhalve is de eerdergenoemde termijn overschreden en brengt het in r.o. 3.1 overwogene mee, dat het verzet alsnog gegrond moet worden verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter;
verklaart het verzet gegrond;
bepaalt dat de door de betrokkene op de voet van de artt. 26 en 26a WAHV betaalde griffierechten door de griffier van het kantongerecht en het betaalde bedrag aan zekerheid door advocaat-generaal aan hem worden gerestitueerd.
Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.