ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8833
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beschikking verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel WAHV
De betrokkene had verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter had dit verzet ongegrond verklaard. De betrokkene stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof.
Het hof oordeelde dat op grond van de artikelen 26 en 26a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) binnen 18 maanden op het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel beslist moet worden, behoudens bijzondere omstandigheden. In deze zaak was de termijn van 18 maanden ruim overschreden, mede door lange perioden van inactiviteit en onvoldoende activiteit zonder rechtvaardiging.
Daarom verklaarde het hof het verzet alsnog gegrond, vernietigde de beschikking van de kantonrechter, en bepaalde dat de betaalde griffierechten en zekerheid aan de betrokkene worden gerestitueerd. Deze beslissing werd uitgesproken door mr Vellinga namens het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het verzet gegrond en vernietigt de beschikking van de kantonrechter wegens overschrijding van de redelijke termijn.