ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8706

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00440
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Huisman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie verlopen keuringsbewijs

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van 180 gulden wegens het rijden met een motorrijtuig waarvan het keuringsbewijs niet meer geldig was. De sanctie werd opgelegd naar aanleiding van een constatering op de Rijksweg A4 in de gemeente Leiden op 6 juli 2000.

De betrokkene stelde dat de datum op de beschikking onjuist was vermeld, wat volgens hem tot vernietiging van de beschikking zou moeten leiden. Het hof overwoog dat een onjuiste datum in de kennisgeving kan worden hersteld door de juiste datum alsnog op te nemen in de beschikking die aan de betrokkene wordt toegezonden.

Verder stelde de betrokkene dat de juiste datum 7 juni 2000 had moeten zijn in plaats van 6 juli 2000. Het hof liet in het midden welke datum correct was, maar stelde vast dat op beide data het keuringsbewijs was verlopen. Het oordeel van de kantonrechter dat er geen misverstand kon zijn over de gedraging werd bevestigd.

Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter en verwierp het beroep van de betrokkene.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

WAHV 01/00440
21 november 2001
CJIB 35873629
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Leiden
van 16 juli 2001
betreffende
[betrokkene]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 6 juli 2000 op de Rijksweg A4 in de gemeente Leiden.
3.2. De betrokkene voert aan, dat de verbalisant waarschijnlijk wel de juiste datum op de aankondiging van de beschikking heeft vermeld, maar dat niet de juiste data op de inleidende beschikking en de beschikking na beroep op de officier van justitie zijn vermeld en dat daarom de inleidende beschikking vernietigd zou moeten worden.
3.3. Het hof overweegt hieromtrent dat, indien een ambtenaar als bedoeld in art. 3 WAHV Pro, die bij de beschikking een administratieve sanctie ter zake van een door hem geconstateerde gedraging oplegt, de datum in de door hem aan de bestuurder uitgereikte kennisgeving van beschikking niet juist heeft aangeduid deze onjuistheid kan herstellen door alsnog de juiste datum op te nemen in de beschikking welke aan de betrokkene wordt toegezonden.
3.4. Volgens de betrokkene had op de inleidende beschikking en op de beschikking na beroep op de officier van justitie als datum waarop de gedraging is verricht 7 juni 2000 in plaats van 6 juli 2000 vermeld moeten zijn. Het hof overweegt - in het midden latend welke datum op de beschikkingen vermeld had moeten zijn - dat op beide data de geldigheid van het keuringsbewijs was verlopen en dat nu de betrokkene ter zake van de gedraging is staandegehouden, het in de bestreden beschikking besloten oordeel van de kantonrechter dat bij de betrokkene redelijkerwijs geen misverstand kan zijn ontstaan omtrent de vraag op welke gedraging de inleidende beschikking ziet, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting geeft[bl5], terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.
3.5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.