ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7745
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Huisman
- Vellinga
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel WAHV
Betrokkene maakte verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat door de officier van justitie was uitgevaardigd. De kantonrechter verklaarde het verzet ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde. Het hof behandelde de vraag of het verzet tijdig was ingediend, aangezien het verzetschrift eerst bij de officier van justitie was ingediend en pas later bij het bevoegde kantongerecht aankwam.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie het verzetschrift had moeten doorzenden aan het bevoegde kantongerecht, en dat het tijdstip van indiening bij de officier van justitie bepalend was voor de tijdigheid. Daarmee was het verzet tijdig ingediend. Vervolgens werd overwogen dat het verzet niet gericht kon zijn tegen de administratieve sanctie zelf, omdat daarvoor een aparte rechtsgang met waarborgen openstond.
Betrokkene voerde verder aan dat hij tijdig beroep had ingesteld tegen de initiële beschikking, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter dat het verzet ongegrond was en de sanctie terecht ten uitvoer werd gelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat het verzet tijdig was ingediend maar ongegrond is en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel terecht is.