ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7702
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kalsbeek
- Vellinga
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie WAHV wegens onvoldoende motivering
Betrokkene was door de officier van justitie beboet met een administratieve sanctie van ƒ 60 wegens een verkeersovertreding. Tegen deze beslissing stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde behalve voor de motiveringsplicht van de officier van justitie. Betrokkene stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat het hoger beroep ontvankelijk moest worden verklaard omdat de officier van justitie het beroep zonder inhoudelijke behandeling ongegrond had verklaard en betrokkene geen inzage in het dossier had gekregen, waardoor fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging waren geschonden.
Het hof overwoog dat de sanctie lager was dan de grens voor hoger beroep en dat de officier van justitie terecht had afgezien van het horen van betrokkene omdat het beroep kennelijk ongegrond was. Tevens was gebleken dat betrokkene voldoende gelegenheid had gehad het dossier in te zien, maar daarvan geen gebruik had gemaakt. De kantonrechter had de verweren van betrokkene inhoudelijk behandeld en geen fundamentele schending van rechtspleging vastgesteld.
Daarom verklaarde het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.