ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6438
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie verkeersboete
Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de kantonrechter Amsterdam die zijn beroep tegen een verkeersboete ongegrond verklaarde. De opgelegde administratieve sanctie bedroeg ƒ130, wat lager is dan de drempel van ƒ150 voor ontvankelijkheid in hoger beroep volgens artikel 14 WAHV Pro.
Betrokkene voerde aan dat de boete hoger had moeten zijn omdat hij 26 km/h te hard zou hebben gereden op een weg met een maximumsnelheid van 50 km/h, maar het hof stelde vast dat voor de ontvankelijkheid de daadwerkelijke hoogte van de opgelegde sanctie doorslaggevend is.
Het hof oordeelde dat betrokkene daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep en liet de inhoudelijke bezwaren buiten beschouwing. Het arrest werd uitgesproken door mr Vellinga, vice-president, in aanwezigheid van mr Bennen als griffier.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een opgelegde sanctie van minder dan ƒ150.