Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6402

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00387
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak wegens termijnoverschrijding

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het volgen van een verkeerde rijrichting op 14 juni 1999. Tegen deze beschikking werd beroep ingesteld door een gemachtigde, maar het beroepschrift bij de officier van justitie werd pas op 22 februari 2000 ontvangen, ruim na de gestelde termijn van zes weken.

De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Het gerechtshof oordeelde echter dat de officier van justitie ten onrechte aannam dat de gemachtigde optrad namens de betrokkene, terwijl niet is gebleken dat de beslissing aan de gemachtigde was verzonden. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat sprake was van verzuim door de indiener.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verwees de zaak terug naar de kantonrechter te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van het arrest.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling.

Uitspraak

WAHV 00/00387
29 augustus 2001
CJIB 27232517
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amsterdam
van 29 augustus 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft in de beslissing waarvan beroep overwogen dat de betrokkene haar beroep niet binnen zes weken na verzending van de beslissing van de officier van justitie, en derhalve te laat, heeft ingediend.
3.2. Ingevolge art. 9, eerste lid, WAHV in verbinding met de artt. 6:7 en 6:8 Awb dient het beroep bij het kantongerecht te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift bij de officier van justitie binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de beslissing van de officier van justitie aan de betrokkene is toegezonden. Het te dezen toepasselijke art. 6:11 Awb Pro bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.3. Te dezen zijn de volgende feiten van belang:
- aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f. 180,= opgelegd ter zake van "andere richting volgen dan voorsorteerstrook-richting", welke gedraging zou zijn verricht op 14 juni 1999 op de Verlengde Stellingweg in de gemeente Amsterdam;
- bij brief, gedateerd 21 juli 1999 en ingekomen ten parkette van de officier van justitie te [woonplaats] d.d. 26 juli 1999, heeft [gemachtigde] beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking;
- bij schrijven van het CJIB met als verzenddatum 18 september 1999 is aan de betrokkene de beslissing van de officier van justitie meegedeeld, inhoudende ongegrondverklaring van het beroep, onder mededeling van het feit dat de betrokkene beroep tegen de beslissing van de officier van justitie kan instellen en dat de officier van justitie het beroepschrift uiterlijk op 30 oktober 1999 moet hebben ontvangen;
- het beroepschrift is gedateerd 20 februari 2000 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 22 februari 2000 ten parkette van de officier van justitie ingekomen.
3.4. Uit het hiervoor onder 3.3. overwogene volgt, dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Echter, waar de officier van justitie kennelijk heeft aangenomen, dat [gemachtigde] optrad als gemachtigde van de betrokkene -er is immers geen gebruik gemaakt van de in art. 6:6 Awb Pro voorziene mogelijkheid om het gebrek van het ontbreken van een machtiging door de indiener te laten herstellen- en niet blijkt dat de officier van justitie overeenkomstig het toepasselijke art. 6:17 Awb Pro de beschikking aan voornoemde gemachtigde van de betrokkene heeft verzonden, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Dit brengt mee dat het in de bestreden beslissing besloten liggende oordeel van de kantonrechter dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding niet juist is en dat het beroep dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
3.5. De beslissing waarvan beroep zal worden vernietigd. De zaak zal worden teruggewezen naar het kantongerecht te Amsterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te [woonplaats] ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.