ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6388

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 augustus 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00283
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen bestuursrechtelijke wegsleepkosten

Betrokkene stelde bezwaar in tegen de aan hem opgelegde wegsleepkosten door de gemeente Rotterdam en werd door de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam een sanctie van fl. 90,-- opgelegd. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.

Het gerechtshof overwoog dat ingevolge artikel 14 WAHV Pro hoger beroep alleen ontvankelijk is indien de sanctie meer bedraagt dan fl. 150,-- of indien betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid. Aangezien de sanctie slechts fl. 90,-- bedroeg, werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Daarnaast was betrokkene op 13 juli 2000 een brief met bezwaar tegen de wegsleepkosten aan de gemeente Rotterdam gericht, die deze brief doorzond naar de politieregio Rotterdam-Rijnmond en vervolgens naar het arrondissementsparket Rotterdam. Het hof besloot de brief terug te zenden aan de gemeente Rotterdam voor verdere behandeling en betrokkene hiervan in kennis te stellen.

Het arrest werd gewezen door mr Vellinga en uitgesproken in openbare zitting op 15 augustus 2001.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een sanctie van minder dan fl. 150,--.

Uitspraak

WAHV 01/00283
15 augustus 2001
CJIB 34517204
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Rotterdam
van 13 april 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan fl. 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt fl. 90,--. Op grond van het bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
3.2. Bij brief met bijlagen van 13 juli 2000 heeft de betrokkene bezwaar gemaakt bij de gemeente Rotterdam tegen - zakelijk weergegeven - de aan hem in rekening gebrachte wegsleepkosten. De gemeente Rotterdam heeft voornoemde brief doorgezonden naar de politieregio Rotterdam-Rijnmond. Deze politieregio heeft de gemeente Rotterdam geadviseerd om de behandeling van de brief over te dragen aan het arrondissementsparket Rotterdam. Bij brief van 27 juli 2000 heeft de gemeente Rotterdam vervolgens het arrondissementsparket Rotterdam verzocht om de behandeling van de brief over te nemen. Vervolgens is eerstgenoemde brief aan het dossier van de onderhavige zaak toegevoegd.
3.3. Nu de brief van 13 juli 2000 zich richt tegen de door de gemeente Rotterdam aan de betrokkene in rekening gebrachte wegsleepkosten, zal het hof deze brief ter behandeling terugzenden aan de gemeente Rotterdam onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
zendt de brief met bijlagen van 13 juli 2000 ter behandeling terug aan de gemeente Rotterdam onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van de heer Jongeling als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.