ECLI:NL:GHLEE:2001:AB2299
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en tariefstelling forensenbelasting gemeente Borger-Odoorn
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag forensenbelasting opgelegd door de gemeente Borger-Odoorn, gebaseerd op de brandverzekeringswaarde van zijn woning. Na een bezwaarprocedure handhaafde het hoofd de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Het hof stelde vast dat belanghebbende voldoet aan de belastingplichtcriteria, omdat hij de woning meer dan negentig dagen beschikbaar hield zonder er zijn hoofdverblijf te hebben. De heffingsgrondslag, gebaseerd op de brandverzekeringswaarde of de waarde in het economische verkeer, is volgens het hof toegestaan onder artikel 223 van Pro de Gemeentewet. De overeenkomst met de grondslag van de onroerendezaakbelasting leidt niet tot onrechtmatigheid.
Belanghebbende voerde aan dat de tariefdifferentiatie in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat de forensenbelasting onterecht afhankelijk is gesteld van de waarde van de woning in plaats van inkomen of vermogen. Het hof verwierp deze beroepen, stellende dat de gemeenteraad vrij is in de keuze van heffingsmaatstaven en dat de tariefstelling niet leidt tot willekeurige of onredelijke belastingheffing.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting 1998 wordt ongegrond verklaard.