ECLI:NL:GHLEE:2001:AB2297
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek kosten kantoorruimte thuis bij onvoldoende inkomsten uit die ruimte
Belanghebbende werd voor het jaar 1995 aangeslagen voor inkomstenbelasting en voerde bezwaar aan tegen de aftrek van kosten voor een kantoorruimte in zijn woning. De inspecteur handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het gerechtshof.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende de kosten van zijn thuiswerkplek kon aftrekken. Volgens artikel 36 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 is aftrek van kosten voor een kantoorruimte in de woning alleen mogelijk indien de belastingplichtige het merendeel van zijn inkomsten in die ruimte genereert.
Belanghebbende stelde dat hij diverse uitkeringen (WAO, ZW, WW, AAW) en loon uit een dienstbetrekking in zijn kantoorruimte thuis had gegenereerd. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om dit aannemelijk te maken. Ook werd aangenomen dat de werkzaamheden voor het pensioenproduct en het lezen van vakliteratuur eerder betrekking hadden op zijn dienstbetrekking buiten de woning.
Het hof concludeerde dat belanghebbende niet meer dan 50% van zijn inkomsten in of vanuit zijn kantoorruimte thuis had verworven, waardoor aftrek van de kosten niet gerechtvaardigd was. Tevens werd het beroep ongegrond verklaard en werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard omdat hij niet aannemelijk maakte dat hij meer dan de helft van zijn inkomsten in zijn kantoorruimte thuis had gegenereerd.