ECLI:NL:GHLEE:2001:AB2143
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek buitengewone lasten bij geen co-ouderschap ondanks overwegend verblijf kinderen
Belanghebbende is in december 1997 duurzaam gescheiden gaan leven van zijn ex-echtgenote en in april 1998 is de echtscheiding uitgesproken. De kinderen verblijven volgens het convenant het grootste deel van de tijd bij belanghebbende, terwijl de moeder de kinderbijslag ontvangt. Belanghebbende heeft de kosten van de ziektekostenverzekering en een groter deel van de kosten van levensonderhoud en opvoeding voor zijn rekening genomen.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht heeft op aftrek van buitengewone lasten voor de kosten van levensonderhoud van kinderen jonger dan 27 jaar op grond van artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Centraal stond de vraag of sprake is van co-ouderschap, waarbij de verzorging en onderhoud van de kinderen gelijkelijk door beide ouders wordt gedragen.
Het gerechtshof stelde vast dat de kinderen overwegend bij belanghebbende verbleven en dat hij de kosten van levensonderhoud en opvoeding in overwegende mate droeg. Hierdoor was er geen sprake van co-ouderschap en kon belanghebbende geen recht op kinderbijslag doen gelden, wat een vereiste is voor aftrek van buitengewone lasten. Het feit dat de moeder de kinderbijslag ontving deed hieraan niet af, mede omdat belanghebbende ervoor koos af te zien van kinderbijslag.
Het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat het hof niet bevoegd is daarvan af te wijken. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van buitengewone lasten af.