ECLI:NL:GHLEE:2001:AB2142
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting bij ontbreken parkeervergunning in voertuig
Belanghebbende parkeerde zijn auto op 9 augustus 2000 zonder zichtbaar parkeerkaartje achter de voorruit, waarop het hoofd van de afdeling financiën van de gemeente een naheffingsaanslag parkeerbelasting oplegde. Belanghebbende voerde aan dat hij een bezoekersvergunning bezat die ontheffing gaf van het betalen van parkeergeld.
Tijdens de mondelinge behandeling op 19 april 2001 verscheen belanghebbende niet, terwijl het hoofd de juistheid van de naheffingsaanslag aannemelijk maakte. De vergunningen die door B b.v. werden afgegeven, waren bestemd voor meerdere auto's en bevatten geen kentekens, waardoor geen kentekenregistratie werd bijgehouden.
Het hof oordeelde dat het tonen van een dergelijke bezoekersvergunning na het opleggen van de naheffingsaanslag niet onomstotelijk aantoont dat voor het betreffende voertuig voorafgaand aan het parkeren belasting was betaald. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de vergunning zichtbaar in de auto aanwezig was op het moment van controle.
Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag. Er werden geen proceskosten aan het hoofd opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.