ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1969

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 juni 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
515/96
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • prof. mr Aardema
  • mr Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5aa Wet administratieve rechtspraak belastingzakenBesluit proceskosten fiscale procedures
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenveroordeling Staat der Nederlanden na intrekking beroep naheffingsaanslag 1992

Verzoeker is in beroep gekomen tegen een door de inspecteur opgelegde naheffingsaanslag in de overschotheffing voor het jaar 1992. Tijdens de procedure heeft verzoeker het beroep voor de hoofdzaak ingetrokken omdat de inspecteur volledig aan zijn bezwaren tegemoet is gekomen. Verzoeker handhaafde echter zijn verzoek tot kostenveroordeling van de Staat der Nederlanden.

De inspecteur heeft op het verzoek tot kostenvergoeding gereageerd. Het gerechtshof Leeuwarden heeft bij uitspraak van 1 juni 2001 geoordeeld dat de Staat der Nederlanden op grond van artikel 5aa van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken moet worden veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte kosten.

De hoogte van de kostenvergoeding is vastgesteld op f. 710,00 conform het Besluit proceskosten fiscale procedures. De uitspraak is gedaan tijdens een openbare terechtzitting te Leeuwarden en schriftelijk bevestigd door de griffier en de vice-president van de eerste enkelvoudige belastingkamer.

Uitkomst: De Staat der Nederlanden is veroordeeld tot betaling van f. 710,00 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 515/96 1 juni 2001
Uitspraak van het gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzoek van X te Z
tot kostenveroordeling van de Staat der Nederlanden in de door hem in verband met de behandeling van het beroep bij het gerechtshof inzake de aan hem opgelegde naheffingsaanslag in de overschotheffing voor het jaar 1992 gemaakte kosten.
Verzoeker is in beroep gekomen tegen de bovenvermelde aan hem door de inspecteur van bureau heffingen te Assen (hierna: de inspecteur) opgelegde naheffingsaanslag.
Bij schrijven van 22 maart 2001 heeft verzoeker dat beroep voor wat betreft de hoofdzaak ingetrokken, aangezien de inspecteur volledig aan zijn bezwaren tegemoet is gekomen, doch heeft hij zijn verzoek voor wat betreft de kostenveroordeling gehandhaafd.
De inspecteur heeft -daartoe in de gelegenheid gesteld- op dat verzoek gereageerd bij schrijven van 27 april 2001.
Op grond van het bepaalde in artikel 5aa van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof grond met betrekking tot de onderwerpelijke procedure de Staat der Nederlanden te veroordelen in de door verzoeker terzake van die procedure gemaakte kosten in verband met de behandeling van het beroep bij het hof, welke kosten het hof op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten fiscale procedures bepaalt op f. 710,00.
Het hof, uitspraak doende op het verzoek, veroordeelt de Staat der Nederlanden in de door verzoeker in verband met het onderwerpelijke beroep bij het gerechtshof gemaakte kosten, te bepalen op f. 710,00.
Gedaan op 1 juni 2001 door prof. mr Aardema, vice-president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier
Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 2001 te Leeuwarden door mr Drion, raadsheer.
Op 6 juni 2001 afschrift aangetekend verzonden aan beide partijen.
De griffier van het gerechtshof te Leeuwarden.