ECLI:NL:GHLEE:2001:AB0627
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag inkomstenbelasting 1996 inzake wettelijke rente en huurwaardeforfait
Belanghebbende werd voor het jaar 1996 aangeslagen in de inkomstenbelasting over een belastbaar inkomen van ƒ 201.691,-. Deze aanslag werd gehandhaafd door de inspecteur na bezwaar. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze beslissing, waarbij het geschil zich richtte op de belastbaarheid van een bedrag aan wettelijke rente van ƒ 104.327,-, de toepassing van het progressieve tarief, de mogelijkheid tot toepassing van de uitsmeerregeling en de hoogte van het huurwaardeforfait.
De feiten betroffen een civiele procedure over verborgen gebreken aan een woning, waarbij de verkoper tot betaling van schadevergoeding en wettelijke rente werd veroordeeld. De ontvangen rente werd door de inspecteur als inkomen uit vermogen belast. Belanghebbende voerde aan dat dit bedrag niet belastbaar was als inkomen, dat het progressieve tarief van 45% moest gelden, dat de uitsmeerregeling toegepast moest worden en dat het huurwaardeforfait verlaagd moest worden op grond van gewekt vertrouwen.
Het hof oordeelde dat de wettelijke rente een vergoeding is voor het langdurig gemis van de schadevergoeding en daarom inkomen uit vermogen vormt. Het progressieve tarief was niet van toepassing omdat de rente geen vervanging van gederfde inkomsten is. De uitsmeerregeling kon niet worden toegepast omdat het recht op rente pas ontstond bij het arrest van 1995. Het huurwaardeforfait werd terecht vastgesteld op basis van de door belanghebbende zelf opgegeven waarde, en er was geen rechtens te beschermen vertrouwen voor een verlaging voor 1996.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1996 wordt bevestigd.