ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0092

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 december 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00189
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid administratieve sanctie

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie, maar de kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van een administratieve sanctie. Betrokkene voerde aan dat hij een brief niet had ontvangen en financieel niet in staat was zekerheid te stellen.

Het hof stelde vast dat de brieven aan het juiste adres waren verzonden en niet als onbestelbaar waren teruggekomen, waardoor aangenomen werd dat betrokkene de brieven had ontvangen. Tevens had betrokkene geen financiële gegevens overgelegd die zijn onvermogen om zekerheid te stellen aannemelijk maakten.

Daarom oordeelde het hof dat de kantonrechter terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en bevestigde deze beslissing. Betrokkene was niet verschenen bij de zitting, en de advocaat-generaal had een verweerschrift ingediend.

Het arrest werd uitgesproken op 21 december 2000 door het gerechtshof Leeuwarden.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 00/00189
21 december 2000
CJIB 28986292
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amersfoort
van 12 juli 2000
betreffende
[betrokkene] (het hof leest: anders)
(hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Hierbij is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr I. Verkerk. De betrokkene is niet verschenen.
3. Beoordeling
Bij brieven van 22 februari 2000 en 15 mei 2000 heeft de officier van justitie aan de betrokkene medegedeeld, dat hij binnen twee weken na de verzending van de mededeling zekerheid dient te stellen.
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de hem gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.2. De betrokkene voert aan, dat hij de brief van 15 mei 2000 niet heeft ontvangen.
3.3. Bij de stukken van het geding bevinden zich afschriften van de twee in r.o. 3.1. genoemde mededelingen omtrent de zekerheidstelling. Beide brieven zijn gericht aan de betrokkene met als adres het door hem in zijn beroepschrift aan de kantonrechter opgegeven adres, te weten [adres]. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat niet blijkt dat (een van) de brieven als onbestelbaar (is) zijn teruggezonden en dat de stukken ook overigens niets inhouden waaruit kan volgen dat deze brieven de betrokkene niet hebben bereikt, gaat het hof ervan uit dat de betrokkene beide brieven heeft ontvangen.
3.4. De betrokkene voert voorts aan, dat hij een lage uitkering geniet en daarom financieel niet in staat is om zekerheid te stellen.
3.5. Door de betrokkene zijn geen gegevens met betrekking tot zijn financiële situatie overgelegd. Ook overigens zijn van de zijde van de betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat hij financieel niet in staat is om zekerheid te stellen. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene daarom niet aannemelijk gemaakt, dat hij geen zekerheid kan voldoen.
3.6. Uit het vorenoverwogene volgt, dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De bestreden beslissing dient derhalve te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2000.