ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0089

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 december 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00320
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:24 AwbArt. 11 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep in bestuursstrafzaak WAHV

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter Arnhem die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Betrokkene had niet binnen de in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) gestelde termijn zekerheid gesteld voor de betaling van een opgelegde administratieve sanctie.

Betrokkene had met een brief van 12 september 2000 gereageerd op een betalingsoverzicht van het Openbaar Ministerie, welke brief door de griffier kennelijk als beroepschrift werd aangemerkt. Het hof stelde vast dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend volgens de wettelijke termijn van zes weken na verzending van de bestreden beslissing op 14 juli 2000.

Er bestond twijfel over de ontvangst van de bestreden beslissing door betrokkene, waardoor het hof het beroep ontvankelijk verklaarde. Desondanks bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring van de kantonrechter omdat betrokkene niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld.

Het hof zond het schrijven van betrokkene door aan de officier van justitie voor verdere behandeling van het vermeende bezwaar tegen de betalingsverplichting. Het arrest werd uitgesproken op 20 december 2000 door mr Vellinga, vice-president.

Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling.

Uitspraak

WAHV 00/00320
20 december 2000
CJIB 27481411
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Arnhem
van 31 maart 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [vestigingsplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
Bij brief van 12 september 2000, ingekomen bij het arrondissementsparket te Arnhem op 15 september 2000, heeft de betrokkene op een betalingsoverzicht van het openbaar ministerie gereageerd. Deze brief is doorgezonden aan de griffier van het kantongerecht, die de brief kennelijk heeft aangemerkt als een beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter van 31 maart 2000. Vervolgens is de brief doorgezonden naar de griffie van het hof.
Het hof heeft de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, van welke gelegenheid gebruik is gemaakt. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld op het verweerschrift te reageren. Buiten de daarvoor gestelde termijn is bij het hof een reactie op het verweerschrift binnengekomen. Gelet op de termijnoverschrijding zal het hof op deze reactie geen acht slaan.
3. Beoordeling
3.1. Voor zover de betrokkene beoogd heeft met voornoemd schrijven van 12 september 2000 hoger beroep in te stellen overweegt het hof het volgende.
3.2. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.
3.3. Het schrijven van de betrokkene van 12 september 2000 is blijkens een daarop geplaatst stempel op 15 september 2000 bij het arrondissementsparket te Arnhem binnengekomen. De bestreden beslissing is blijkens een daarop gestelde aantekening op 14 juli 2000 gezonden naar het in die beslissing opgenomen adres van de betrokkene, te weten [adres1].
3.4. Bij de stukken bevindt zich een zaakoverzicht van het CJIB, gedateerd 1 december 1999, waarop met pen als adres van de betrokkene is aangetekend: [adres2].
3.5. Eerdergenoemd schrijven van de betrokkene van 12 september 2000 bevat als adres van de betrokkene: [adres1].
3.6. Gelet op het hierboven overwogene, bestaat er gerede twijfel of de betrokkene de bestreden beslissing heeft ontvangen, zodat het beroepschrift geacht moet worden tijdig te zijn ingediend. De betrokkene kan dan ook worden ontvangen in zijn hoger beroep.
3.7. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
3.8. Voor zover de betrokkene met zijn schrijven van 12 september 2000 heeft beoogd bezwaar te maken bij de officier van justitie tegen de in het betalingsoverzicht opgenomen betalingsverplichting van ƒ 280,=, zal het hof meergenoemd schrijven doorzenden aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
zendt het schrijven van betrokkene d.d. 12 september 2000 ter verdere behandeling door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2000.