ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0087

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 december 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00264
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens overschrijding maximumsnelheid bij wegwerkzaamheden

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van ƒ 330,- wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 25 en tot en met 30 km/h bij wegwerkzaamheden op de Pleijweg te Arnhem op 30 oktober 1999. Hoewel op dat moment geen daadwerkelijke werkzaamheden werden verricht, erkende betrokkene de overtreding maar voerde aan dat er geen gevaar was omdat er geen werkzaamheden waren.

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof overwoog dat het ontbreken van daadwerkelijke werkzaamheden geen reden is om de sanctie te matigen, aangezien de gedraging onder feitcode S230e valt waarvoor geen daadwerkelijke werkzaamheden vereist zijn. Bovendien waren er volgens de ambtenaar ter plaatse wel gevaarscheppende elementen.

Betrokkene voerde ook aan dat de boete hem zwaar treft gezien zijn inkomen, maar het hof vond dit onvoldoende reden om de sanctie te verlagen. De beslissing van de kantonrechter werd daarom bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van ƒ 330,- wegens snelheidsovertreding bij wegwerkzaamheden ondanks het ontbreken van daadwerkelijke werkzaamheden.

Uitspraak

WAHV 0 /00264
20 december 2000
CJIB 30719631
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Arnhem
van 26 mei 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 330,-- opgelegd ter zake van 'overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen bubekom bij wegwerkzaamheden (verkeersbord A1); > 25 en t/m 30 km/h', welke gedraging zou zijn verricht op 30 oktober 1999 op de Pleijweg in de gemeente Arnhem (feitcode S320e).
3.2. Betrokkene heeft erkend de gedraging te hebben verricht. Hij stelt echter, dat hij door te hard te rijden niemand in gevaar heeft gebracht, omdat er niet daadwerkelijk werkzaamheden werden verricht. Voorts voert hij aan, dat de sanctie hem gelet op de hoogte van zijn inkomen zwaar treft.
3.3. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
3.4. Het feit, dat ten tijde van de door de betrokkene begane gedraging niet daadwerkelijk werkzaamheden werden verricht, levert geen omstandigheid op, die oplegging van een administratieve sanctie niet billijkt of tot een lager bedrag van de sanctie moet leiden. Voor een gedraging met feitcode S230e is immers niet vereist dat er ten tijde van de gedraging ook daadwerkelijk werd gewerkt (vergelijk HR 13 april 1999, nr. 547-98-V).
Daar komt in het onderhavige geval nog bij, dat er volgens de verbaliserende ambtenaar ter plaatse wel gevaarscheppende elementen waren.
3.5. Hetgeen de betrokkene verder heeft aangevoerd omtrent zijn inkomen is niet van dien aard, dat op grond van de omstandigheden waarin hij verkeert een lager bedrag van de administratieve sanctie zou dienen te worden vastgesteld.
3.6. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2000.