ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0069

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 november 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00260
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 6 EVRMArt. 14 IVBPR
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV

Betrokkene stelde in hoger beroep het besluit van de kantonrechter te Utrecht aan de orde, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat betrokkene niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).

Betrokkene voerde aan dat de verplichting tot zekerheidstelling in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 IVBPR Pro, die het recht op een eerlijk proces waarborgen. Het hof overwoog echter dat volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad zekerheidstelling in het algemeen niet de toegang tot de rechter belemmert.

Omdat betrokkene niet had toegelicht waarom in zijn specifieke geval de toegang tot de rechter zou worden belemmerd, bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal had geen verweerschrift ingediend. Het arrest werd uitgesproken op 15 november 2000 door mr Kalsbeek namens het gerechtshof Leeuwarden.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 00/00260
15 november 2000
CJIB 27610042
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 19 juli 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [plaatsnaam]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
3.2. De betrokkene heeft aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat de in artikel 11 WAHV Pro bepaalde zekerheidstelling in strijd is met artikel 6, eerste lid, EVRM en artikel 14, eerste lid, IVBPR.
3.3. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 28 juni 1994, NJ 1994, 657 heeft geoordeeld, dient ervan te worden uitgegaan dat een zekerheidstelling ingevolge de WAHV in het algemeen niet in de weg zal staan aan de toegang tot de rechter. Nu door de betrokkene niet is aangevoerd dat en waarom in zijn geval de toegang tot de rechter belemmerd wordt, dient de beslissing waarvan beroep te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van
mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 november 2000.