ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0050

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 september 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00104
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Vlietstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 1 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid in bestuursrechtelijke snelheidsoverschrijding

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van ƒ80 wegens overschrijding van de maximumsnelheid op een weg buiten de bebouwde kom. Tegen deze sanctie werd beroep ingesteld, maar de kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet stellen van de vereiste zekerheid.

In hoger beroep stelde het gerechtshof vast dat de kantonrechter onjuist had vastgesteld dat aan de zekerheidstelling was voldaan. Het bedrag van de zekerheid was onjuist berekend, mede doordat twee zaken tezamen werden beoordeeld met een verkeerd totaalbedrag.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verwees de zaak terug met de opdracht om een nieuwe termijn voor zekerheidstelling te bepalen en betrokkene daarvan op correcte wijze in kennis te stellen.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkheidsverklaring wegens onjuiste zekerheidstelling wordt vernietigd en de zaak terugverwezen.

Uitspraak

WAHV 00/00104
29 september 2000
CJIB 22608926
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Lelystad
van 17 februari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr E.Th. Hummels,
advocaat te Zeist.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
Mr Hummels heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij brief van 3 september 2000 heeft de gemachtigde van de betrokkene nadere stukken ingezonden. Afschriften daarvan zijn aan de advocaat-generaal gezonden.
De zaak is behandeld ter zitting van 18 september 2000. Betrokkene noch haar gemachtigde is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr Van der Hoek.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ80,= opgelegd ter zake van 'overschrijding van de maximumsnelheid op (auto) wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel); meer dan 10 en t/m 15 km/h', welke gedraging zou zijn verricht op 20 juni 1998 op de Houtribweg in de gemeente Lelystad.
3.2. Artikel 11, eerste lid, WAHV bepaalt - zakelijk weergegeven - dat de indiener van het beroepschrift zekerheid dient te stellen 'voor de betaling van de sanctie'. Onder sanctie in dit artikel is te verstaan de administratieve sanctie als bedoeld in artikel 1 WAHV Pro, dat wil zeggen: de aan de Staat te betalen geldsom voor een gedraging in strijd met de voorschriften die vallen binnen het toepassingsgebied van de WAHV, zoals deze bij de oorspronkelijke administratieve beschikking is opgelegd dan wel door de officier van justitie is verlaagd (Kamerstukken II, 1987-1988, 20 392, nr. 3 blz.15). De advocaat-generaal heeft in zijn verweerschrift zich dan ook terecht op het standpunt gesteld -zakelijk weergegeven-, dat het bedrag van de zekerheidstelling gelijk is aan het bedrag van de oorspronkelijk sanctie en dat geen rekening dient te worden gehouden met de eerste verhoging.
3.3. De kantonrechter heeft naar aanleiding van een beroep op financieel onvermogen het onderzoek op 30 november 1999 geschorst en het aan zekerheid te stellen bedrag in de onderhavige zaak en de zaak met registratienummer WAHV 00/00105 tezamen vastgesteld op ƒ 150,=.
3.4. De betrokkene is bij brief van 13 december 1999 van het kantongerecht opnieuw in de gelegenheid gesteld zekerheid te stellen als voormeld.
3.5. Het bedrag dat de betrokkene in deze zaak en in de zaak met registratienummer WAHV 00/000105 tezamen aan zekerheid zou dienen te stellen bedraagt ƒ140,= (te weten ƒ80,= respectievelijk ƒ 60,=), en niet, zoals in eerdergenoemde brief van het kantongerecht staat vermeld, ƒ 150,=.
3.6. Dit brengt mee dat het in de bestreden beslissing besloten liggend oordeel van de kantonrechter dat is voldaan aan voormeld wettelijk voorschrift niet juist is en dat het beroep dan ook ten onrechte op die grond niet-ontvankelijk is verklaard.
3.7. Na terugwijzing van de zaak dient de kantonrechter een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV Pro kan stellen en daarvan moet aan de betrokkene door de griffier van het kantongerecht mededeling worden gedaan met inachtneming van het hiervoor onder 3.2 en 3.5 overwogene.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Lelystad ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 september 2000.