ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0038

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 juli 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00110
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVWet van 28 oktober 1999 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatieWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te lage sanctie WAHV

Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een verkeerssanctie. De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard. Betrokkene stelde dat de datum van de gedraging bepalend moest zijn voor de mogelijkheid tot hoger beroep of cassatie, om rechtsgelijkheid te waarborgen.

Het gerechtshof oordeelde dat sinds 1 januari 2000 de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) was gewijzigd, waardoor hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden mogelijk werd in plaats van cassatie. Echter, hoger beroep is alleen mogelijk als de sanctie meer bedraagt dan 150 gulden.

Aangezien de opgelegde sanctie slechts 80 gulden bedroeg, was hoger beroep niet toegestaan. Het hof verklaarde betrokkene daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep en verwierp het beroep op rechtsgelijkheid in dit kader.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een opgelegde sanctie onder de wettelijke drempel van 150 gulden.

Uitspraak

WAHV 00/00110
12 juli 2000
CJIB 26728715
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Tilburg
van 26 april 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Breda ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter beroep in cassatie ingesteld bij het kantongerecht Tilburg. De griffier van het kantongerecht heeft het ingekomen beroepschrift met de stukken van het geding aan de griffie van het hof gezonden.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Op 1 januari 2000 is in werking getreden de Wet van 28 oktober 1999 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende tot vervanging van de mogelijkheid van beroep in cassatie door de mogelijkheid van hoger beroep, alsmede het aanbrengen van enige andere wijzigingen (Stb. nr. 469). Vanaf voormelde datum kan ingevolge artikel 14, eerste lid, WAHV tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden, op de in dat artikel vermelde gronden. Het hof zal het ingestelde beroep in cassatie dan ook verstaan als hoger beroep.
3.2. Op grond van eerdergenoemd artikel kan echter alleen dan hoger beroep worden ingesteld wanneer de sanctie meer bedraagt dan ƒ 150,--. Blijkens de initiële beschikking bedraagt de aan de betrokkene opgelegde sanctie ƒ 80,--. Derhalve staat de mogelijkheid van hoger beroep voor betrokkene niet open.
3.3. Betrokkene stelt in zijn beroepschrift, dat uit een oogpunt van rechtsgelijkheid niet de datum van de beslissing van de kantonrechter, maar de datum, waarop de gedraging die aanleiding heeft gegeven tot de initiële beschikking , is verricht bepalend dient te zijn voor de vraag of hoger beroep of cassatie openstaat. Nu immers, aldus betrokkene, hangt het af van de snelheid van
werken bij officier van justitie en kantongerecht of cassatie openstaat of niet. Laatstgenoemde omstandigheid kan echter niet meebrengen, dat de andersluidende, in art. III van voornoemde wet vervatte regeling, die na inwerkingtreding van voornoemde wet alleen voorziet in cassatie tegen uitspraken die zijn gewezen vóór inwerkingtreding van de wet, door de rechter buiten toepassing wordt gelaten.
3.4. Op grond van het bovenstaande dient betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juli 2000.