ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0013
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Dijkstra
- Kalsbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen dwangbevel overschrijding maximumsnelheid en toepassing verhogingen WAHV
Betrokkene werd een sanctie opgelegd van fl. 170 wegens overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom. Na betaling van het initiële bedrag volgden verhogingen vanwege nalatigheid in betaling, waarop de officier van justitie een dwangbevel uitvaardigde van fl. 148,75. Betrokkene verzette zich tegen het dwangbevel, stellende dat de verhogingen buitensporig waren en dat hij geen aanmaning had ontvangen voor de tweede verhoging.
De kantonrechter verklaarde het verzet gedeeltelijk gegrond omdat de tweede verhoging niet over het reeds betaalde bedrag mocht worden berekend. De officier van justitie ging hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de wet (art. 25 WAHV Pro) duidelijk bepaalt dat de tweede verhoging wordt berekend over het oorspronkelijke sanctiebedrag plus de daarop gevallen verhoging, ook indien een deel al was betaald.
Het hof stelde vast dat betrokkene tijdig een tweede aanmaning had ontvangen op het juiste adres en dat de officier van justitie voldoende inspanningen had verricht om betrokkene in de gelegenheid te stellen de kosten van verhaal te voorkomen. De verhuizing van betrokkene deed hieraan niet af, aangezien de aanmaning naar het juiste adres was gestuurd. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en verklaarde het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de tenuitvoerlegging van het dwangbevel inclusief de verhogingen.