ECLI:NL:GHLEE:1999:AE9977

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 augustus 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
9900208
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Boon
  • Bloem
  • Slob-Schuit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 313 FwArt. 63 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schuldsanering voor in gemeenschap gehuwde echtgenoten bij schulden van één echtgenoot

In deze zaak verzocht X., gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met Y., om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank Assen wees dit verzoek op 27 juli 1999 af. X. ging in hoger beroep en verzocht het vonnis te vernietigen en haar verzoek alsnog toe te wijzen.

Het hof overwoog dat er geen gegronde vrees bestond dat X. haar schuldeisers zou benadelen of niet te goeder trouw was met betrekking tot haar schulden. Volgens artikel 313 van Pro de Faillissementswet is artikel 63 van Pro overeenkomstige toepassing op de schuldsaneringsregeling, waardoor alle goederen in de gemeenschap vallen onder de regeling en ten behoeve van alle crediteuren zijn.

Omdat X. niet zelf schuldenaar was maar gehuwd in gemeenschap van goederen met Y., die een schuldenlast van ruim een miljoen gulden had opgebouwd door borgstelling voor een failliete vennootschap, leidde dit ertoe dat het verzoek van X. moest worden afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank met verbetering van gronden.

Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering van de echtgenote gehuwd in gemeenschap van goederen met de schuldenaar.

Uitspraak

Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest in de zaak van
X.
wonende te P., appellante,
hierna te noemen: X.
procureur mr P.R. van den Elst, advocaat mr R.S. Levenga.
Het geding in eerste aanleg
Bij vonnis van 27 juli 1999 heeft de rechtbank te Assen het verzoek van X. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 4 augustus 1999 heeft X., verzocht het vonnis van 27 juli 1999 te vernietigen en opnieuw rechtdoende haar inleidend verzoek alsnog toe te wijzen.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief d.d. 27 november 1997 met bijlagen van de curator in het faillissement van -Z. BV aan de rechter-commissaris alsmede een verslag d.d. 3 februari 1998 van de curator in voormeld faillissement.
Ter zitting van 19 augustus 1999 is de zaak behandeld.
De beoordeling
Vaststaande feiten
1. Het volgende staat als niet danwel onvoldoende weersproken vast.
a. X. is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met Y.
b. Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Drenthe blijkt dat Y. vanaf 19 februari 1991 tot 17 september 1996, de dag waarop de rechtbank het faillissement van Z. BV heeft uitgesproken, directeur is geweest van deze besloten vennootschap.
c. Mede ten gevolge van het feit dat Y. zich borg heeft gesteld voor de schulden van voormelde besloten vennootschap heeft hij een schuldenlast opgebouwd van in ieder geval f 1.031.071,07.
d. De rechtbank heeft het verzoek van Y. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij haar vonnis van 27 juli 1999 afgewezen.
e. Bij arrest van heden heeft het gerechtshof dit vonnis bekrachtigd.
2. De vraag die thans rijst is of X. in aanmerking dient te komen voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het hof overweegt dienaangaande het volgende.
3. Het hof is - anders dan de rechtbank - van oordeel dat uit de stukken en tijdens het verhandelde ter zitting niet is gebleken van omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat er gegronde vrees bestaat dat X. zal trachten haar schuldeisers te benadelen dan wel dat aannemelijk is dat X. ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.
4. In art. 313 Fw Pro is het in faillissement geldende art. 63 Fw Pro van overeenkomstige toepassing verklaard op de schuldsaneringsregeling. Dit heeft tot gevolg dat - nu partijen in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd - de schuldsaneringsregeling alle goederen omvat die in de gemeenschap vallen en strekt ten behoeve van alle crediteuren die op de goederen van de gemeenschap verhaal hebben.
5. Nu voor X. de schuldsaneringsregeling niet uitgesproken zal worden, is het hof van oordeel dat het systeem van de wet - zoals verwoord in rechtsoverweging 4 -meebrengt dat het verzoek van E - tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen dient te,worden.
slotsom
6. Het vonnis waarvan beroep dient, met verbetering van de gronden, te worden bekrachtigd.
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door mrs Boon, voorzitter, Bloem en Slob-Schuit, raden, en uitgesproken door mr Mollema, fungerend-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van Terhell als waarnemend griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 25 augustus 1999.