ECLI:NL:GHLEE:1998:AA4339
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen van boerderij met horeca en verhuuractiviteiten
Belanghebbende kocht een boerderij met woonhuis, café-restaurant, appartementen en jachthaven en voerde een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma. Bij de aangifte inkomstenbelasting 1994 rekende hij de gehele boerderij tot privévermogen, terwijl de inspecteur het woongedeelte als privévermogen aanvaardde maar het overige tot ondernemingsvermogen rekende.
De kern van het geschil betrof de vraag of de boerderij geheel of gedeeltelijk tot het ondernemingsvermogen behoort. Belanghebbende stelde dat de boerderij niet gesplitst kon worden en daarom geheel privévermogen was, met als doel het pand na exploitatie als beleggingspand te verhuren. De inspecteur stelde dat het café-restaurant en de appartementen duidelijk ondernemingsvermogen waren.
Het hof oordeelde dat het woongedeelte als privévermogen kan worden beschouwd, maar dat het café-restaurantgedeelte en de appartementen, mede gelet op de inrichting, bereikbaarheid en de vennootschapsovereenkomst, verplicht ondernemingsvermogen zijn. De beoogde tijdelijke exploitatie van vijf à zes jaar deed hieraan niet af. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het café-restaurant en de appartementen tot het ondernemingsvermogen behoren en wijst het beroep af.