ECLI:NL:GHLEE:1997:AA4419
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof.mr. Aardema
- mr. Pruiksma
- mr. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale eenheid omzetbelasting tussen belanghebbende en B N.V.
Belanghebbende deed aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 1995 en verzocht om teruggaaf van f.8.444,--, later aangevuld tot f.74.948,--. De inspecteur weigerde de volledige teruggaaf en handhaafde een lagere teruggaaf van f.4.476,--. Belanghebbende stelde dat zij en B N.V. als één ondernemer moesten worden aangemerkt op grond van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968, vanwege verwevenheid in financieel, organisatorisch en economisch opzicht.
Het geschil betrof de vraag of deze verwevenheid ook economische verwevenheid omvatte die via buitenlandse vennootschappen tot stand kwam. Het hof stelde vast dat hoewel organisatorische en financiële verwevenheid aanwezig was, de economische verwevenheid ontbrak binnen Nederland. De activiteiten van belanghebbende en B N.V. waren niet gericht op dezelfde klantenkring en de prestaties waren niet complementair. De economische verwevenheid via buitenlandse vennootschappen kon niet worden meegeteld.
Het hof oordeelde dat het beroep op de Zesde richtlijn inzake omzetbelasting niet slaagde omdat deze richtlijn geen territoriale beperking kent, maar de nationale wetgeving dat wel doet. De inspecteur mocht daarom de fiscale eenheid voor de omzetbelasting beperken tot binnenlandse verwevenheid. Het hof vernietigde de beschikking van de inspecteur en wijzigde deze tot een teruggaaf van f.4.476,--. Tevens werden de proceskosten van belanghebbende door de Staat vergoed.
Uitkomst: Het hof wijzigt de beschikking tot teruggaaf van f.4.476,-- omzetbelasting en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van kosten.