ECLI:NL:GHDHA:2026:663
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde vrijstaande woning na beroep op gelijkheidsbeginsel afgewezen
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1999 met een gebruiksoppervlakte van 285 m² en een perceel van 517 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €1.251.000, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende ging in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, onder meer door een taxatieverslag en een matrix met vergelijkingsobjecten. De vergelijkingsobjecten zijn vrijstaande woningen met vergelijkbare kenmerken, en verschillen zijn adequaat gecorrigeerd. De staat van onderhoud en de tuin zijn meegewogen binnen de marge van de waardebepaling.
Belanghebbende voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat vergelijkbare woningen in dezelfde straat lager zijn gewaardeerd. Het hof stelt dat voor toepassing van de meerderheidsregel minstens twee identieke objecten met lagere waardering moeten zijn, wat niet is aangetoond. De verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte zijn te groot om van identieke objecten te spreken.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €1.251.000 en wijst het hoger beroep af.