De man verzoekt het hof, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de verzoeken van de vrouw in hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren althans deze af te wijzen,
En in incidenteel hoger beroep verzoekt de man de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat:
I. de vrouw haar medewerking blijft verlenen aan de verkoop van de woning door:
II. dat indien de vrouw haar medewerking weigert aan het ondertekenen van een akte, althans een verkoopopdracht en/of een verkoopovereenkomst het ten deze te wijzen beschikking dezelfde kracht heeft als de ondertekening door de vrouw van de verkoopopdracht en/of verkoopovereenkomst, althans dat het in deze te geven beschikking in plaats van de handtekening van de vrouw zal treden;
III. indien de vrouw haar medewerking weigert aan het passeren van de akte strekkende tot levering van voornoemde woning, de in deze te geven beschikking dezelfde kracht heeft als de ondertekening door de vrouw van de akte, althans de het in deze te geven beschikking in plaats van een handtekening van de vrouw zal treden;
IV. de vrouw uiterlijk één week voor de dag dat de akte zal worden gepasseerd de woning met al haren zal dienen te verlaten en ontruimen, en ontruimd zal dienen te houden met machtigen van de man om – als de vrouw niet uiterlijk één week voor de overdracht van de woning ingevolge het tot stand gekomen koopcontract de woning zal hebben verlaten, de ontruiming te doen bewerkstellingen met behulp van politie en justitie, dan wel – subsidiair – op verbeurte van een dwangsom van € 2,500,- per dag voor iedere dat dat de vrouw haar medewerking zal onthouden aan het verlaten en ontruimen van de woning;
V. partijen de verkoopopbrengst van de woning, na aflossing van de hypothecaire geldlening, makelaarskosten, bij helfte zullen delen;
VI. de vrouw te veroordelen tot betaling aan de man van een bedrag van € 2.792,-, althans een zodanig bedrag als het hof redelijk acht;
VII. de vrouw met ingang van de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 26 februari 2025 tot aan de datum van levering van de echtelijke woning aan de kopers op grond van artikel 3:169 BW een gebruiksvergoeding aan de man is verschuldigd en aan hem dient te betalen € 460,- per maand althans een zodanig bedrag als het hof redelijk acht
VIII. deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren;
en met bekrachtiging van de bestreden beschikking voor het overige.