Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:571

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
22-003508-25
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wegenverkeerswet 1994Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens ernstige verkeersovertredingen met gevaarzetting in Rotterdam

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het negeren van een stopteken, het rijden met hoge snelheid binnen de bebouwde kom en het gevaarlijk passeren van een voetganger op een oversteekplaats. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte opnieuw veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 jaar.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich opzettelijk schuldig maakte aan ernstige verkeersovertredingen die levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen opleverden. De verdachte reed op 30 maart 2023 in Rotterdam met een personenauto met een snelheid ver boven de toegestane limiet, negeerde een politie stopteken en reed rakelings langs een voetganger op een oversteekplaats.

Bij de strafbepaling hield het hof rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn spijtbetuiging en het volgen van een verkeerscursus, alsmede zijn maatschappelijke positie als onmisbare kraanmachinist binnen het familiebedrijf. Gezien deze factoren legde het hof een onvoorwaardelijke taakstraf op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid met een proeftijd van twee jaar.

Het hof sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De straf is bedoeld als passende reactie op het onverantwoordelijke gedrag in het verkeer dat de veiligheid van anderen ernstig in gevaar bracht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 100 uur taakstraf en voorwaardelijke ontzegging rijbevoegdheid voor 2 jaar.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003508-25
Parketnummer: 10-000788-25
Datum uitspraak: 13 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 23 juni 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
adres: [adres] ,
thans uit andere hoofde gedetineerd in de P.I. Krimpen aan den IJssel

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 30 maart 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto met [kentekennummer] ), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nieuwe Binnenweg en Crooswijksestraat, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door:
- Een voertuig in te halen dat was gestopt om voorrang te verlenen aan een voetganger op een voetgangersoversteekplaats en/of;
- weg te rijden nadat door de politie een stopteken middels het lichttransparant en zwaailichten is afgegeven en/of;
- binnen de bebouwde kom met een snelheid van meer dan 80km/h te rijden;
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering en daarnaast omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks30 maart 2023 te Rotterdam,
althans in Nederland,als bestuurder van een voertuig (personenauto met [kentekennummer] ), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nieuwe Binnenweg
en Crooswijksestraat, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door:
-
eenvoertuig in te halen dat was gestopt om voorrang te verlenen aan een voetganger op een voetgangersoversteekplaats en
/of;
- weg te rijden nadat door de politie een stopteken middels het lichttransparant en zwaailichten is afgegeven en
/of;
- binnen de bebouwde kom met een snelheid van meer dan 80km/h te rijden;
door welke verkeersgedraging
(en
)van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor
(een)ander
(en
)te duchten was
.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5a WVW door op een drukke straat in de stad ver boven de toegestane snelheid te rijden, een stopteken van de politie te negeren en rakelings langs een voetganger te rijden die zich op een oversteekplaats bevond. De verdachte heeft zich hierdoor onverantwoordelijk in het verkeer gedragen en onaanvaardbare risico’s genomen. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich in volstrekt onvoldoende mate rekenschap gegeven van de geldende gedragsnormen in het verkeer en van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. De verdachte heeft hiermee niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook de veiligheid van andere verkeersdeelnemers ernstig in gevaar gebracht. Het hof rekent de verdachte dit zeer aan.
Het hof weegt bij de strafbepaling mee dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep inzicht heeft getoond in het laakbare van zijn handelen en spijt heeft betuigd. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij een cursus bij het CBR heeft afgerond, waarvan hij zegt te hebben geleerd zich voortaan in het verkeer rustiger te gedragen en zich aan de verkeersregels te houden.
Voorts houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden zoals die ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte naar voren zijn gebracht. De verdachte heeft een eigen bedrijf, waarbij hij samen met zijn vader en broer glasvezelkabels aanlegt. De verdachte is de enige van hen die als kraanmachinist kan werken en speelt daarmee een onvervangbare rol binnen het bedrijf. Ter uitvoering van zijn werk heeft de verdachte een rijbewijs nodig.
Het hof heeft verder acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, als voorzitter, mr. Chr.A. Baardman en mr. R. Appels, leden, in bijzijn van de griffier mr. E.E.N. Birkhoff.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 april 2026.
Mr. R. Appels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.