Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
3. [appellant 3] ,
4. [appellant 4] ,
5. Constans Letselschade B.V.
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 1 december 2025, met grieven en producties, waarmee Constans c.s. in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 november 2025;
- de memorie van antwoord van NN, met producties;
- de bijlagen 23 tot en met 31 die Constans c.s. ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
Introductie partijen in deze procedure
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
feitelijkdezelfde is als Columbus Groningen. Ook daarvan is volgens het hof geen sprake. Het feit dat de vier schadebehandelaars bij Constans allen eerder bij Columbus Groningen werkten is daarvoor niet voldoende. Dat zou mogelijk anders zijn wanneer ook ten aanzien van deze vier medewerkers in hun Columbus-tijd sprake zou zijn geweest van duidelijke malversaties, maar daarvan is niet gebleken. Ten aanzien van [naam 3] geldt dat niet is gebleken dat hij, toen hij eigenaar werd van Columbus Groningen, voldoende op de hoogte was van wat daar aan de hand was.. Dat onder zijn leiding is besloten een procedure te starten om de EVR-registratie van Columbus ongedaan te krijgen, paste in zijn aanvankelijke poging om Columbus Groningen te redden. Dat is onvoldoende om uit te gaan van de kwade trouw van [naam 3] . Bovendien is niet gebleken dat [naam 3] op dit moment enige invloed uitoefent op het beleid van Contans.
dagvaarding € 140,-
griffierecht € 714,-
salaris advocaat € 1.107.-Totaal € 1.961,-
7.Beslissing
- bepaalt dat NN binnen twee dagen na de datum van dit arrest het minnelijke schaderegelingstraject in de zaken van de benadeelden voortzet met Constans als belangenbehartiger en
- bepaalt dat NN Constans onverwijld schriftelijk informeert over de hervatting van de schaderegelingstrajecten met de benadeelden;
- veroordeelt NN in de kosten van de procedure van de voorzieningenrechter, aan de zijde van Constans c.s. tot op 20 november 2025 begroot op € 1.961,-;
- veroordeelt NN in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Constans c.s. begroot op € 3.740,47;
- bepaalt dat als NN niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, NN de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.