Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1],
Dudok Groep B.V.,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 21 juni 2023, waarmee [appellanten] in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2023;
- het arrest van dit hof van 22 augustus 2023, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast (deze is niet gehouden);
- de memorie van grieven van [appellanten], met productie 17;
- de memorie van antwoord van de curator, met producties A tot en met J;
- de producties K en L die de curator ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
- productie 18 van de zijde van [appellanten]
3.Feitelijke achtergrond
a) akten waarbij Dudok Groep haar aandelen in Dudok Rotterdam, Dudok Den Haag en Dudok Arnhem heeft verkocht en geleverd aan de persoonlijke holdings voor een koopprijs van in totaal € 5.196.677,-. De verschuldigde koopsommen zijn niet voldaan aan Dudok Groep, maar omgezet in geldleningen van Dudok Groep aan de persoonlijke holdings;
b) een akte waarbij de persoonlijke holdings en TerOFeu B.V. (een medeaandeelhouder in een van de andere vennootschappen van [appellanten]) Dudok Horeca Rotterdam Holding B.V. (hierna: DHRH) hebben opgericht. De persoonlijke holdings en TerOFeu B.V. werden de aandeelhouders en [appellant 3] en [appellant 2] werden benoemd tot statutair bestuurders;
c) akten waarbij de persoonlijke holdings hun aandelen in Dudok Rotterdam, Dudok Den Haag en Dudok Arnhem hebben verkocht en geleverd aan DHRH;
d) een akte waarbij DHRH Dudok Horeca Groep B.V. (hierna: DHG) heeft opgericht. DHRH werd enig aandeelhouder en [appellant 3] en [appellant 2] werden benoemd tot statutair bestuurders;
e) een akte waarbij DHRH - onder meer - haar aandelen in Dudok Rotterdam, Dudok Den Haag en Dudok Arnhem heeft verkocht en geleverd aan DHG;
f) een akte waarbij DHG Dudok Daghoreca Holding B.V, Dudok Patisserie & Productie Holding B.V. en Dudok Shared Services B.V. heeft opgericht, waarvan DHG enig aandeelhouder en bestuurder werd;
g) een akte waarbij DHG haar aandelen in Dudok Rotterdam, Dudok Den Haag en Dudok Arnhem heeft verkocht en geleverd aan Dudok Daghoreca Holding B.V.
“
(…)8.1 De Aandeelhouders komen overeen dat het dividendbeleid van de Vennootschap zodanig zal zijn dat jaarlijks 50% van het nettoresultaat als dividend zal worden uitgekeerd aan de Aandeelhouders, naar rato van het aandelenbelang van de Aandeelhouders in de Vennootschap, waarbij voldoende rekening wordt gehouden met de liquiditeitsbehoefte van de Vennootschap en haar groepsmaatschappijen (...) ten aanzien van gunstige zakelijke mogelijkheden die zich voordoen.(…)”.
- aan [appellant 3] Beheer een bedrag van € 2.108.050,-
- aan [appellant 2] Beheer een bedrag van € 1.054.200,-
- aan L. [appellant 1] Beheer een bedrag van € 337.750,-.
Deze dividenduitkeringen zijn niet uitbetaald, maar verrekend met de geldleningen van de persoonlijke holdings aan Dudok Groep zoals vermeld onder 3.5 onder a.
“
(…)De voorzitter stelt voor om € 3.500.000 als interim dividend uit te keren.Het bestuur van de vennootschap constateert datde vennootschap na voornoemde voorgestelde interim dividenduitkering zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Het bestuur heeft in dit kader het volgende in aanmerking genomenI. de quick ratioII. de liquiditeitsprognoseIII. daarnaast zijn er geen andere aanwijzingen dat de vennootschap na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden;en verleent op grond hiervan haar toestemming aan het voorgenomen besluit dat strekt tot voornoemde interim dividenduitkering.(…)”.
- de vorderingen in rekening-courant van Dudok Groep op de persoonlijke holdings van in totaal € 239.549,-,
- de vorderingen van Dudok Groep op aan de persoonlijke holdings gelieerde vennootschappen van in totaal € 42.121,-.
4.Procedure bij de rechtbank
primaira) voor recht te verklaren dat [appellanten] hun bestuurstaak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld, dat dit kennelijk onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement van Dudok Groep en dat [appellanten] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort (ex artikel 2:248 lid 1 en Pro lid 7 BW),
b) [appellanten] hoofdelijk althans één of meerderen van hen, te veroordelen tot schadevergoeding, op te maken bij staat, met wettelijke rente,
c) [appellanten] althans één of meerderen van hen, te veroordelen tot betaling van een voorschot op de faillissementskosten van € 500.000,-,
subsidiaird) voor recht te verklaren dat [appellanten] ieder afzonderlijk onrechtmatig hebben gehandeld jegens de gezamenlijke schuldeisers van Dudok Groep en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die de gezamenlijke schuldeisers hebben geleden als gevolg van hun handelen (ex artikel 6:162 BW Pro),
e) [appellanten] hoofdelijk althans één of meerderen van hen, te veroordelen tot schadevergoeding, op te maken bij staat, met wettelijke rente,
f) [appellanten] hoofdelijk althans één of meerderen van hen, te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schade van € 500.000,-, en
meer subsidiairg) [appellanten] te veroordelen tot betaling aan de curator van een bedrag gelijk aan het tekort als bedoeld in artikel 2:216 lid 3 BW Pro, met een maximum van het faillissementstekort, ontstaan als gevolg van het dividendbesluit, met wettelijke rente,
meer subsidiair (ten aanzien van [appellant 1])h) voor recht te verklaren dat [appellant 1] zijn bestuurstaak onbehoorlijk heeft vervuld en aansprakelijk is voor de schade die Dudok Groep daardoor heeft geleden (ex artikel 2:9 jo Pro. 2:11 BW),
i) [appellant 1] te veroordelen tot schadevergoeding, op te maken bij staat, met wettelijke rente, en
j) [appellant 1] te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schade van € 500.000,-, en,
ten aanzien van alle vorderingenk) [appellanten] hoofdelijk althans één of meerderen van hen te veroordelen in de kosten van het geding, de beslagkosten ad € 4.646,84 daaronder begrepen.
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Aansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW Pro
-
€ 9.103,-proceskosten eerste aanleg: € 2.277,- griffierecht en € 6.826,- salaris advocaat (2 punten × tarief VII),
-
€ 13.147,14proceskosten hoger beroep: € 129,14 dagvaarding, € 1.780,- griffierecht en € 11.238,- salaris advocaat (2 punten × tarief VII),
-
€ 189,-nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
7.Beslissing
- verklaart voor recht dat [appellanten] hun bestuurstaak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld, dat dit kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement van Dudok Groep en dat [appellanten] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort;
- bepaalt dat het bedrag waarvoor [appellanten] hoofdelijk aansprakelijk zijn wordt gematigd tot nihil;
- veroordeelt de curator in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, aan de zijde van [appellanten] begroot op € 22.439,14;
- bepaalt dat als de curator niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, de curator de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskostenveroordeling betreft;
- wijst het meer of anders gevorderde af.