3.2Het gaat in deze zaak om het volgende:
[verzoeker] is met ingang van 1 februari 2010 in dienst getreden bij Shannon. Hij was laatstelijk werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van machinebouwer.
Bij brief van 11 augustus 2022 is [verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek bij Shannon. Het gesprek zou gaan over “de toekomst bij Shannon”. Shannon heeft aangekondigd dat [directeur 1] , [directeur 2] (directeuren van Shannon) en [Personeel Adviseur] (personeelsadviseur van Personeel Optimaal) bij het gesprek aanwezig zullen zijn. [verzoeker] is niet naar dit gesprek toegegaan. Shannon heeft het gesprek daarna verplaatst naar 24 augustus 2022. Ook dit gesprek heeft geen doorgang gevonden.
Op 24 augustus 2022 heeft [verzoeker] zich via WhatsApp ziekgemeld bij Shannon. Vervolgens heeft de vrouw van [verzoeker] diezelfde dag aan Shannon gemeld dat [verzoeker] per ambulance naar het ziekenhuis is gebracht. [verzoeker] heeft korte tijd in het ziekenhuis verbleven.
Op 31 augustus 2022 heeft Shannon [verzoeker] de volgende schriftelijke waarschuwing gegeven:
“Vandaag heb ik je gebeld om 09:58 uur en heb je tot op heden 17:00 uur einde werkdag niet teruggebeld. Op dit moment heb jij je nog steeds niet telefonisch ziekgemeld, dit heeft iemand anders gedaan. Ik verzoek je zo snel mogelijk contact op te nemen.
Conform de wet Poortwachter dient werknemer telefonisch bereikbaar te zijn voor werkgever, wat bij deze wederom niet het geval is.
Verder is het zo dat dit niet de eerste keer is dat je onbereikbaar bent en werkgever geen bericht/informatie heeft wanneer je weer komt werken (25,26 en 27 augustus
2021 en medio augustus 2022). Dit tezamen resulteert in een officiële waarschuwing bij deze.”
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 5 september 2022 gereageerd op deze officiële waarschuwing van Shannon.
Op 8 september 2022 is [verzoeker] gezien door de bedrijfsarts. In de terugkoppeling naar de werkgever heeft de bedrijfsarts gemeld dat sprake is van ziekte of gebrek met beperkingen in het persoonlijk functioneren. De bedrijfsarts heeft verder het volgende geschreven:
“Het advies is voor nu om nog geen re-integratie op te starten, dat kan in deze fase leiden tot een toename van de beperkingen en het herstel negatief beïnvloeden.
Advies is verder om in de week van 19 september langs te gaan op het werk voor een contactmoment. Per oktober kan er gestart worden met passende taken (…) De prognose is op termijn gunstig en uiteindelijk is volledig herstel mogelijk.”
Op 9 september 2022 heeft Shannon een tweede schriftelijke waarschuwing aan [verzoeker] gegeven vanwege:
“(…) aanhoudende overtredingen wat betreft het huisreglement en de Wet Poortwachter. Daarnaast willen we jou aanspreken op het geven van onjuiste informatie tijdens ziekte waardoor wij ernstig twijfelen aan jouw integriteit.
In jouw reactie op de 1e officiële waarschuwing geef je aan niet zelf contact te kunnen opnemen wat niet acceptabel is want tussen 10.00 en 17.00 zijn er voldoende mogelijkheden tot contact. Na de afvoer in de ambulance (waarna je weer naar huis mocht) zijn er 8 dagen verstreken zonder een telefonisch contactmoment van jouw kant. Je geeft aan hier te ziek voor te zijn geweest om de werkgever te spreken wat wij betwisten gezien er ook contact vanuit jou mogelijk is geweest met de Arbodienst en jouw advocaat. (…)
Daarnaast zijn wij geschrokken dat jij jezelf uiteindelijk op 1 september persoonlijk hebt ziekgemeld maar niet wilde spreken met de heer [directeur 2] , dit doet ons twijfelen aan jouw integriteit. Dit is niet acceptabel het is voor iedereen bij Shannon duidelijk dat ziekmeldingen telefonisch bij de directie moeten worden gedaan. (…)
Je bent 8 september uitgenodigd bij de bedrijfsarts en als deze heeft beoordeeld dat jij arbeidsongeschikt bent verzoeken we jou met klem te houden aan de voor jou geldende regels tijdens ziekte.
Daarnaast nodigen we jou wederom voor de 4e keer uit voor een gesprek op 13 september (…). Tijdens dit gesprek zijn de heer [directeur 2] , ondergetekende ( [directeur 1] ,
hof) en mevrouw [Personeel Adviseur] (personeelsadviseur Personeel Optimaal) aanwezig. (…)”
Bij brief van 12 september 2022 heeft mr. Fakiri namens [verzoeker] onder meer het volgende geschreven aan Shannon:
“Cliënt kan zich niet in de officiële waarschuwingen vinden. De onterechte officiële waarschuwingen hebben tot effect dat de arbeidsrelatie aldus verstoord raakt. Daarnaast ervaart cliënt, die al medische klachten heeft, verhoging van die klachten als gevolg van de officiële waarschuwingen.
Vanaf augustus 2022 wordt door Uw beiden enkel ingezet op het einde dienst verband van client. Cliënt wordt thans wederom uitgenodigd voor een gesprek, voor 13 dezer, om het einde van zijn dienstverband bij Shannon Machines te bespreken.
Cliënt zal niet op 13 dezer aanwezig zijn voor een gesprek. Ik verzoek U een mediator in te schakelen (…).”
Bij brief van 20 september 2022 heeft Shannon aan [verzoeker] geschreven dat [verzoeker] niet is komen opdagen voor het gesprek dat die dag zou plaatsvinden. [verzoeker] was ook niet telefonisch bereikbaar. Shannon heeft [verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek met [directeur 2] , [directeur 1] en [Personeel Adviseur] , ditmaal op 22 september 2022. Bij brief van 22 september 2022 heeft mr. Fakiri aan Shannon laten weten dat de bedrijfsarts heeft geadviseerd om [verzoeker] uit te nodigen voor een koffiemoment en dat een gesprek zoals Shannon dat voor ogen heeft, in strijd is met dat advies.
Bij brief van 27 september 2022 heeft Shannon het volgende geschreven aan mr. Fakiri:
“(…) Helaas is client wederom op 22 september alsmede 20 september niet komen opdagen voor een gesprek om probleemanalyse te bespreken en plan van aanpak te ondertekenen. In strijd met advies van de Arboarts om dit in de week van 19 september te laten plaatsvinden. Vanuit goed werkgeverschap hebben wij externe inzet met mevrouw [Personeel Adviseur] (…) ingezet om ons te ondersteunen in dit proces.
Beide officiële waarschuwingen blijven van kracht. Alsmede voornemen tot loonstopzetting in verband met BW 7:629 lid 3.e client weigert zonder deugdelijke grond mee te werken aan het opstellen ondertekenen van een plan van aanpak. (…)”
Diezelfde dag heeft Shannon [verzoeker] bij brief uitgenodigd voor een gesprek op 29 september 2022 om 10:00 uur. Op 30 september 2022 heeft zij [verzoeker] opnieuw uitgenodigd, ditmaal voor een gesprek op 3 oktober 2022, onder meer voor het bespreken en ondertekenen van het plan van aanpak en de probleemanalyse. [verzoeker] heeft geen gevolg gegeven aan deze uitnodigingen.
Bij brief van 2 oktober 2022 heeft mr. Fakiri aan Shannon geschreven:
“(…) Hetgeen u stelt klopt niet en is in strijd met de waarheid. U heeft veel druk op cliënt uitgeoefend om hem op kantoor te krijgen zodat U hem kan bewegen in te stemmen met het einde van zijn dienstverband.
Dat de reden voor de uitnodigingen het ondertekenen van het plan van aanpak dan wel de probleemanalyse zou betreffen, blijkt niet uit Uw brieven van 9, 20 en 22 september jl. In die brieven schrijft U immers in het geheel niets over een plan van aanpak dan wel een probleemanalyse.
Nadat ik aan U geschreven hebt dat de bedrijfsarts contactmomenten geadviseerd heeft en hij daarmee koffie drinken bedoeld en niet een gesprek met de twee directeuren een ingehuurde HR-medewerker, schrijft U plots dat de gesprekken bedoeld waren om een plan van aanpak en een probleemanalyse op te stellen.
Cliënt heeft in het geheel niet geweigerd om mee te werken aan het opstellen van een plan van aanpak en een probleemanalyse. Ik merk op dat de door U opgelegde loonstop onrechtmatig is en de arbeidsrelatie hierdoor wederom nog meer door U op scherp wordt gezet. Ik merk op dat U het plan van aanpak en de probleemanalyse ook naar mij kan zenden zodat ik deze, voor zover cliënt daartoe in staat zou zijn, met hem kan bespreken. De aanvullingen of zienswijze van cliënt zal ik dan in deze documenten verwerken en aan U zenden. (…)
Ik herhaal dat cliënt op dit moment ziek is en niet op 3 of 29 dezer op gesprek kan komen (…).”
Shannon heeft bij brief van 5 oktober 2022 medegedeeld dat zij het loon van [verzoeker] stopzet omdat [verzoeker] weigert om zonder deugdelijke grond mee te werken aan het opstellen en ondertekenen van het plan van aanpak, het bespreken van de probleemanalyse en de voorgestelde werkhervatting.
Bij brief van 20 oktober 2022 heeft Shannon [verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek op 24 oktober 2022. [verzoeker] is niet op dit gesprek verschenen.
[verzoeker] heeft op 26 oktober 2022 met de bedrijfsarts gesproken. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat er nog steeds sprake is van ziekte met beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren. Ook is er volgens de bedrijfsarts een conflictsituatie. Geadviseerd wordt om hiervoor op korte termijn een gesprek in te plannen tussen werknemer en werkgever. Vervolgens kan er volgens de bedrijfsarts re-integratie worden opgestart.
Daarop heeft Shannon [verzoeker] bij brief van 31 oktober 2022 uitgenodigd voor een gesprek, zoals de Arbo-arts heeft geadviseerd. [verzoeker] is niet naar dit gesprek gekomen.
Bij brief van 4 november 2022 heeft Shannon aan [verzoeker] geschreven dat het voor haar onmogelijk is om met [verzoeker] in contact te komen en dat [verzoeker] opnieuw heeft geweigerd om op gesprek te komen. Shannon heeft daarom besloten aan [verzoeker] een voorstel te doen om door middel van een vaststellingsovereenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. Als alternatief noemt Shannon dat zij een ontbindingsprocedure wegens ernstig verwijtbaar handelen aanhangig maakt.
Op 18 november 2022 heeft [verzoeker] een deskundigenoordeel aangevraagd over de re-integratie inspanningen van Shannon. De conclusie van het deskundigenoordeel van 27 december 2022 luidt als volgt:
“De werknemer is niet in staat te hervatten in aangepaste werkzaamheden.
Ten aanzien van de sociaal medische begeleiding heeft de bedrijfsarts geadviseerd een gesprek aan te gaan tussen werknemer en werkgever met een onafhankelijke derde, maar dit ik acht dat nu niet wenselijk op grond van informatie van behandelaar.
Met bedrijfsarts is op 21 december 2022 telefonisch contact opgenomen vanwege afwijkend oordeel. De bedrijfsarts geeft aan dat hij met voortschrijdend inzicht mijn visie deelt.”
Uit het arbeidsdeskundig rapport volgt verder dat de loonstop ten onrechte is toegepast en de re-integratie inspanningen van Shannon als onvoldoende worden beoordeeld.
Op 14 december 2022 heeft [verzoeker] Shannon in kort geding gedagvaard en opheffing van de loonstop gevorderd. Bij uitspraak van 24 januari 2023 heeft de kantonrechter de vordering van [verzoeker] toegewezen, waarbij is geoordeeld dat de loonstop niet terecht is opgelegd.
Op 2 januari 2023 heeft Shannon een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter ingediend. Aan dit verzoek heeft Shannon primair ten grondslag gelegd dat [verzoeker] verwijtbaar heeft gehandeld, en subsidiair dat het handelen van [verzoeker] heeft geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter heeft de verzoeken bij beschikking van 8 juni 2023 afgewezen.
Op 9 maart 2023 is [verzoeker] door de bedrijfsarts gezien. Uit de terugkoppeling van de bedrijfsarts volgt dat [verzoeker] fors beperkt is in zijn persoonlijk en sociaal functioneren. De bedrijfsarts acht hem niet in staat tot het onderhouden van contact met de werkgever en schrijft dat contact vanuit werkgever het herstel negatief zal beïnvloeden. De bedrijfsarts adviseert daarom een contactstop.
Op 17 september 2023 heeft de verzuimadviseur een advies gegeven, waaruit volgt dat er ook op dat moment geen benutbare mogelijkheden waren.
In november 2023 heeft Shannon het UWV om een deskundigenoordeel verzocht om haar re-integratie inspanningen te laten beoordelen. Uit het arbeidsdeskundig rapport van 8 maart 2024 volgt dat de re-integratie inspanningen over de periode van 24 augustus 2022 tot 7 november 2023 als voldoende worden beoordeeld, omdat er geen benutbare mogelijkheden waren en [verzoeker] ook niet kon deelnemen aan re-integratie.
Op 17 april 2024 heeft de bedrijfsarts een actueel oordeel gegeven, waaruit volgt dat er geen benutbare mogelijkheden zijn. De bedrijfsarts schrijft onder meer:
“De oorzakelijke verklaring voor arbeidsongeschiktheid wordt gevonden in niet werk gerelateerde omstandigheden.
Voor zijn beperkingen wordt werknemer behandeld.
Er worden binnen de sociaal medische begeleiding in 2022 adviezen gegeven voor een start van de re-integratie binnen aangepast/passend werk voor enkele uren per week.
Deze adviezen worden niet uitgevoerd omdat zijn situatie onveranderd blijft, en tevens speelt er een werk gerelateerd welke hem hindert (aldus werknemer) in zijn herstel.
(…)
Op basis van de recente spreekuurbevindingen in april 2024 is het advies om de werkzaamheden nog niet te hervatten. Werknemer wordt nog steeds meerdere malen per week behandeld, tekenen van verbetering blijven uit. Het dan ook om deze reden dat het ADO nog niet heeft plaatsgevonden, deze acht ik nog niet bijdragend gezien zijn status.
Ten aanzien van de prognose zie ik terugkeer in werk uiteindelijk wel weer mogelijk, maar daarin heeft werknemer nog een lange weg te gaan. Om deze reden kan ik verder geen duidelijke inschatting maken wanneer dit zou zijn. Voorlopig acht ik hem aangewezen op behandeling.”
In een arbeidsdeskundig rapport van het UWV van 28 juni 2024 wordt geoordeeld dat de re-integratie inspanningen van de werkgever voldoende zijn geweest.
Shannon heeft op 8 juli 2024 een ontslagaanvraag ingediend op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. [verzoeker] heeft geen verweer gevoerd. Het UWV heeft bij besluit van 16 augustus 2024 aan Shannon toestemming gegeven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Shannon heeft daarna de arbeidsovereenkomst per 23 augustus 2024 opgezegd.