Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:534

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
200.332.345/02
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Handvest van de Grondrechten van de Europese UnieVerordening (EG) 178/2002Verordening (EG) 853/2004Verordening (EU) 2017/625Artikel 11 CRAA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichte verlenging keurtijd slachterij Ameco met een half uur per dag

Ameco, een rundvleesverwerkend bedrijf, vorderde dat de Staat via de NVWA de keurtijd op haar slachterij verlengt van 9 naar 9,5 uur per werkdag zonder de verplichting tot vlinderen. De rechtbank wees deze vordering af omdat het voorstel van Ameco niet voldeed aan de maatwerkafspraken en onvoldoende onderbouwd was.

In hoger beroep stelde Ameco dat haar roostervoorstellen wel aan de maatwerkafspraken voldeden en dat de Staat onvoldoende had aangetoond dat extra keuringscapaciteit nodig was. Het hof oordeelde dat het tweede voorstel van Ameco, waarbij de keurtijd met een half uur wordt verlengd en de KDS-medewerkers gefaseerd werken, wel voldoet aan de maatwerkafspraken.

De Staat voerde aan dat de cao-bepalingen vrijwilligheid vereisen voor langere diensten en dat extra personeel niet beschikbaar is. Het hof verwierp dit verweer omdat de cao geen belemmering vormt en de Staat onvoldoende had onderbouwd dat medewerkers niet willen werken volgens het voorstel.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover de vordering werd afgewezen, en veroordeelde de Staat om binnen twee weken de keurtijd structureel met een half uur te verlengen zonder vlinderverplichting, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof beveelt de Staat om de keurtijd structureel met een half uur te verlengen zonder vlinderverplichting, onder verbeurte van een dwangsom.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.332.345/02
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/608733 / HA ZA 21-248
Arrest van 14 april 2026
in de zaak van
Amsterdam Meat Company Ameco B.V.,
gevestigd in Apeldoorn,
appellante,
advocaat: mr. J. Jansen, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit),
zetelend in Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J. de Heer, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof noemt partijen hierna Ameco en de Staat.

1.De zaak in het kort

1.1
Deze zaak gaat over de inzet van keuringsmedewerkers door de Staat (meer bepaald de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)) in de slachterij van Ameco. Ameco wil de keurtijd op haar bedrijf structureel verlengen van 9 naar (eerst 10 en nu) 9,5 uur per werkdag. De Staat vindt dat hij niet aan de verlenging hoeft mee te werken omdat het voorstel van Ameco niet voldoet aan de gemaakte maatwerkafspraken en omdat voor de uitvoering extra keuringscapaciteit benodigd is, die niet beschikbaar is. De rechtbank heeft de vordering van Ameco afgewezen.
1.2
Het hof wijst de vordering van Ameco alsnog toe omdat haar voorstel voldoet aan de maatwerkafspraken en niet is gebleken dat voor de uitvoering extra keuringscapaciteit benodigd is.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 1 mei 2023, waarmee Ameco in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 februari 2023, met bijlagen;
  • de memorie van grieven van Ameco, met bijlagen;
  • de memorie van antwoord van de Staat, met bijlagen;
  • de akte houdende overlegging productie van de Staat van 31 oktober 2024; met bijlage die ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is overgelegd;
  • de akte houdende overlegging producties van de Staat van 14 november 2024, met bijlagen;
  • de akte houdende overlegging producties van Ameco van 15 november 2024, met bijlagen;
  • de antwoordakte van Ameco van 21 november 2024.
2.2
Op 11 november 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. De procedure is (na de aktewisseling) op verzoek van partijen aangehouden voor schikkingsonderhandelingen. Partijen hebben begin augustus 2025 arrest gevraagd.
2.3
Omdat tussentijds een rechterswissel heeft plaatsgevonden (mr. Welters is niet meer werkzaam bij het hof) zijn partijen in de gelegenheid gesteld een nieuwe mondelinge behandeling te vragen. Partijen hebben het hof laten weten van die gelegenheid af te zien.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
Ameco is een bedrijf dat runderen inkoopt voor de slacht en rundvlees produceert, verwerkt en verhandelt. Zij is een levensmiddelenbedrijf in de zin van Verordening (EG) 178/2002, Verordening (EG) 853/2004 en Verordening (EU) 2017/625.
3.2
Ameco is onderworpen aan permanent toezicht van de NVWA. Dit toezicht bestaat erin dat een officiële dierenarts van de NVWA, bijgestaan door meerdere assistenten, op dagelijkse basis toezicht houdt op de slachtactiviteiten van Ameco. Het keuringsteam van de NVWA dat dagelijks bij Ameco aanwezig is, bestaat uit twee dierenartsen van de NVWA en vier keuringsmedewerkers van B.V. Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (hierna: KDS).
3.3
Keuringsmedewerkers van KDS vallen onder de cao-bepalingen van de Collectieve Regeling Aanvullende Arbeidsvoorwaarden (hierna: CRAA). Artikel 11 CRAA Pro luidt, voor zover relevant, als volgt:
“De medewerker van BV KDS (…) kan op vrijwillige basis structureel in 10-uursdiensten werken op vaste locaties, maximaal 60 kilometer van zijn woonadres (…)”
3.4
Tussen de NVWA en Ameco zijn maatwerkafspraken gemaakt over de inspectie- en keuringswerkzaamheden op het bedrijf van Ameco (hierna: de maatwerkafspraken). Op grond van die maatwerkafspraken voert de NVWA gedurende 9 uur per dag en vijf werkdagen per week keuringswerkzaamheden uit bij Ameco.
3.5
In juli 2020 heeft Ameco de NVWA verzocht om de keuringstijd op haar bedrijf te verlengen naar 10 uur per werkdag. De reden hiervoor is dat het op sommige dagen vanwege storingen in het slachtproces van Ameco niet lukt om alle aangevoerde runderen te slachten. Dat betekent dat de overgebleven runderen, zogenoemde overliggers, pas de volgende dag kunnen worden geslacht. Dat is zeer nadelig voor het welzijn van de betreffende runderen. De NVWA was bereid dit verzoek in te willigen, maar stelde daarbij de voorwaarde dat wordt ‘gevlinderd’. Dat is een werkwijze waarbij in ploegendiensten wordt gewerkt met meerdere korte pauzes in plaats van één lange pauze (zonder ploegendienst). Om op deze wijze te kunnen werken moet Ameco extra medewerkers inroosteren, wat leidt tot extra kosten.
3.6
In maart 2023 heeft Ameco de NVWA verzocht om de keurtijd op haar bedrijf structureel te verlengen naar 9,5 uur per dag.

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
Ameco heeft de Staat gedagvaard en gevorderd – samengevat weergegeven – de Staat op straffe van een dwangsom te bevelen om de keurtijd op het bedrijf van Ameco structureel te verlengen van 9 uur naar 10 uur per werkdag, zonder dat Ameco daarbij wordt verplicht om te vlinderen.
4.2
De rechtbank heeft de vordering deels toegewezen en de Staat verboden om bij een structurele verlenging van de keurtijd van 9 uur naar 10 uur per werkdag, aan Ameco de verplichting op te leggen om te vlinderen (op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 50.000,-). De rechtbank heeft het gevorderde bevel om de keurtijd op het bedrijf van Ameco structureel te verlengen naar 10 uur afgewezen. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat Ameco geen voorstellen heeft gedaan waaruit blijkt dat de keurtijd op haar bedrijf met inachtneming van de maatwerkafspraken en overige toepasselijke regelgeving structureel met een uur per werkdag kan worden verlengd. Het door Ameco gedane voorstel, waarbij de KDS medewerkers gefaseerd starten, voldoet niet aan de maatwerkafspraken. Ameco heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat tijdens de opstart- en afsluitfase van de werkdag van deze afspraken mag worden afgewezen.

5.Vordering in hoger beroep

5.1
Ameco is in hoger beroep gekomen omdat zij het deels niet eens is met het vonnis. Ameco vordert in hoger beroep (na vermindering van eis) dat de Staat, op straffe van een dwangsom, wordt bevolen om de keurtijd op het bedrijf van Ameco structureel te verlengen met een half uur, dat is 9,5 in plaats van 9 uur, zonder dat daarbij de verplichting wordt opgelegd om te vlinderen.
5.2
Kort gezegd zien de bezwaren van Ameco (verwoord in drie grieven) op het volgende. Ameco heeft meerdere roostervoorstellen gedaan die een structurele verlenging van de keurtijd naar 9,5 uur mogelijk maken. Die voorstellen voldoen aan de maatwerkafspraken, omdat die afspraken niet vereisen dat de medewerkers gelijktijdig starten. Ook kan in de opstart- en afsluitfase met minder keuringsmedewerkers worden gewerkt, omdat dan minder dieren worden geslacht. Tot slot kunnen de maatwerkafspraken worden aangepast. Ook als het voorstel van Ameco niet voldoet aan de maatwerkafspraken en het planningskader, moet de Staat aan de uitvoering van het voorstel van Ameco meewerken. De weigering van de Staat is onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel van artikel 20 van Pro het Handvest, c.q. het verbod op willekeur, en verstoort de concurrentie. Ook voldoet de Staat niet aan haar verplichting op grond van Europees recht om voldoende personeel te hebben voor de uitoefening van officiële keuringen.
5.3
De Staat concludeert tot afwijzing van het gevorderde en bekrachtiging van het oordeel van de rechtbank.

6.Beoordeling in hoger beroep

Inleiding

6.1
De kernvraag in hoger beroep is of de Staat kan worden verplicht om uitvoering te geven aan het voorstel van Ameco om de keurtijd op haar bedrijf te verlengen naar 9,5 uur per werkdag. Het hof moet daarvoor beoordelen of het voorstel van Ameco voldoet aan het daarop toepasselijke kader. Dat kader bestaat uit de tussen de NVWA en Ameco gemaakte maatwerkafspraken en de cao-bepalingen in de CRAA.
6.2
De rechtbank heeft geoordeeld dat, als Ameco niet overgaat tot vlinderen, uit de CRAA volgt dat de werkdag van een KDS-medewerker maximaal 12,5 uur mag duren, waarvan 9,5 uur wordt gekeurd (inclusief 15 minuten omkleedtijd). Dit oordeel is in hoger beroep niet bestreden en staat dus vast. Dit betekent dat roostervoorstellen waarin niet langer dan 9,5 uur per KDS-medewerker wordt gekeurd, de maximale werktijd uit de CRAA niet overschrijden.
6.3
Het hof beoordeelt hierna of de voorstellen van Ameco ook voldoen aan de maatwerkafspraken.
Voldoen voorstellen Ameco aan de maatwerkafspraken?
6.4
Ameco heeft meerdere roostervoorstellen gedaan om 9,5 uur keurtijd op haar bedrijf te realiseren. Het eerste voorstel (weergegeven in punt 36 van de memorie van grieven) houdt in dat de vier op het bedrijf van Ameco aanwezige KDS-medewerkers hun werkdagen ‘gefaseerd’ starten en eindigen: KDS-medewerkers 1 en 2 werken van 06:15-16:15 uur, KDS-medewerker 3 van 06:35-16:35 uur en KDS-medewerker 4 van 06:55-16:55 uur (inclusief een kwartier omkleedtijd en één uur pauze). Bij het hanteren van dit rooster zijn er gedurende het opstarten en afsluiten van de slachtlijn gedurende 20 minuten twee KDS-medewerkers aanwezig.
6.5
Ameco heeft ter onderbouwing van dit voorstel aangevoerd dat de maatwerkafspraken niet gelden in de opstart- en afsluitfase van de slachtlijn. In die fases worden minder dieren geslacht en is daarom geen volledige KDS-bezetting vereist. De Staat betwist deze lezing van de maatwerkafspraken. Volgens de Staat zijn altijd drie keuringsmedewerkers benodigd aan de slachtlijn zolang deze draait. Dit is volgens de Staat noodzakelijk om kwalitatief goed toezicht te houden op dierenwelzijn en voedselveiligheid.
6.6
Het hof volgt de lezing van de Staat. Uit de maatwerkafspraken volgt dat bij de verwerking van 70 runderen en/of 80 kalveren per uur (zoals bij Ameco het geval is), drie keuringsmedewerkers benodigd zijn aan de slachtband: één bij de koppen, één bij de organen en één bij de karkassen. Een vierde medewerker staat ‘van de band af’. Deze bezettingsnorm is gebaseerd op de door de NVWA landelijk gehanteerde Normbezetting runderslachthuis (hierna: de normbezetting). Anders dan Ameco stelt, bevatten de maatwerkafspraken geen aanwijzingen dat de normbezetting niet geldt in de opstart- en afsluitfase van de slachtlijn. Daar komt bij dat Ameco niet heeft onderbouwd dat in de opstart- en afsluitfase van de slachtlijn daadwerkelijk structureel minder dieren worden geslacht. De conclusie is daarom dat het eerste voorstel van Ameco niet voldoet aan de maatwerkafspraken, en dat de Staat dat voorstel niet hoeft te honoreren.
6.7
Bij pleidooi in hoger beroep heeft Ameco een tweede voorstel gedaan (punt 10 van de pleitnota), dat zij ook al eerder (per e-mail op 15 maart 2023) aan de NVWA heeft voorgelegd. Dit voorstel houdt in dat het huidige rooster van 9 uur keuren per werkdag met een half uur wordt verlengd. Dit betekent dat drie KDS-medewerkers een roostertijd hebben van 6:15-16:45 uur en dat de vierde KDS-medewerker een roostertijd heeft van 6:30-17:00 uur (alle vier inclusief 15 minuten omkleedtijd en één uur pauze). Dit rooster resulteert erin dat aan het einde van de werkdag (tussen 16:45 en 17:00 uur) gedurende 15 minuten één KDS-medewerker aanwezig is.
6.8
Naar oordeel van het hof voldoet dit voorstel (anders dan de Staat heeft betoogd) wel aan de maatwerkafspraken. Ook bij het huidige rooster van Ameco, waarmee 9 uur per dag wordt gekeurd, eindigt de werkdag van drie KDS-medewerkers om 16:00 uur en die van de vierde KDS-medewerker om 16:15 uur. De Staat heeft dat rooster als volgt toegelicht in de akte na comparitie van 14 juni 2022 (onder 4.2):
“Alleen de vierde officiële assistent komt een kwartier later en die werkt tot 16.15 uur en maakt het werk aan het einde van de dag af. (…) Hieruit blijkt dat in de praktijk conform voormelde maatwerkafspraken en de normbezetting wordt gehandeld.”
Het hof leidt hieruit af dat de maatwerkafspraken zich er bij 9 uur keuren niet tegen verzetten dat de werkzaamheden aan het einde van de werkdag gedurende 15 minuten door één KDS-medewerker worden afrond. De Staat heeft niet toegelicht waarom dit bij 9,5 uur keuren anders zou zijn. Het hof concludeert daarom dat het tweede voorstel van Ameco voldoet aan de maatwerkafspraken. Dat betekent dat de Staat dit voorstel in beginsel moet uitvoeren.
Leidt artikel 11 CRAA Pro ertoe dat de Staat niet kan voldoen aan voorstel Ameco?
6.9
De Staat heeft aangevoerd dat ook als het voorstel van Ameco voldoet aan de maatwerkafspraken, het voor de Staat niet mogelijk is om dat voorstel uit te voeren. De Staat stelt dat de medewerkers van KDS op grond van artikel 11 CRAA Pro alleen vrijwillig diensten van 9,5 uur kunnen werken. De medewerkers willen dat niet omdat zij het werk op dit moment al als zeer zwaar ervaren en de Staat kan hen daartoe niet verplichten. Om het voorstel van Ameco te kunnen uitvoeren, moet daarom een extra KDS-medewerker worden ingeroosterd. Ook de ondernemingsraad van KDS wil dat een extra medewerker wordt ingezet. Deze benodigde extra capaciteit is echter niet beschikbaar.
6.1
Ook als veronderstellenderwijs moet worden aangenomen dat de Staat dit verweer tijdig heeft gevoerd (Ameco heeft dat in haar antwoordakte betwist), kan het niet slagen. Uit artikel 11 CRAA Pro, hiervoor weergegeven bij 3.3, volgt dat medewerkers op vrijwillige basis structureel 10-uursdiensten kunnen werken. Ameco heeft terecht opgemerkt dat daaruit niet volgt dat deze vrijwilligheid ook geldt voor diensten van minder dan 10 uur. De Staat heeft aangevoerd dat de CRAA alleen uitgaat van diensten van hele uren, en dat elke dienst die langer duurt dan 9 uur, moet worden aangemerkt als 10-uursdienst. De Staat heeft deze interpretatie van artikel 11 CRAA Pro echter niet onderbouwd, bijvoorbeeld door te verwijzen naar andere bepalingen van de CRAA die deze interpretatie ondersteunen (en de andere bepalingen van de CRAA ook niet in het geding gebracht). Bij die stand van zaken zijn er geen aanknopingspunten voor het standpunt van de Staat en concludeert het hof dat uit de CRAA niet volgt dat medewerkers alleen op vrijwillige basis diensten van 9,5 uur kunnen werken. In zoverre vormt artikel 11 CRAA Pro dus geen beletsel voor de uitvoering van het voorstel van Ameco.
6.11
In aanvulling hierop merkt het hof op dat ook als de CRAA wel vrijwilligheid zou vereisen, de Staat onvoldoende heeft onderbouwd dat de medewerkers van KDS geen 9,5 uur per werkdag bij Ameco willen werken. Ook om die reden faalt dit verweer van de Staat.
6.12
Uit het voorgaande volgt dat de Staat niet wordt gevolgd in zijn stelling dat voor de uitvoering van het (tweede) voorstel van Ameco extra KDS-medewerkers benodigd zijn. Dit voorstel gaat er immers vanuit dat het bestaande rooster met vier KDS-medewerkers een half uur wordt verlengd. Het verweer van de Staat dat hij het voorstel van Ameco niet kan uitvoeren omdat er geen extra KDS-medewerkers beschikbaar zijn, hoeft daarom niet te worden besproken.
6.13
De Staat heeft nog opgemerkt dat het structureel verlengen van de werktijd een zware belasting is voor de betrokken keurders, en dat de Staat, mede vanwege personeelstekorten, zorgvuldig met deze medewerkers wil omgaan. Hoewel het hof op zichzelf begrip heeft voor deze overwegingen, vormen deze in juridische zin geen belemmering voor de toewijzing van de vordering van Ameco.
Dwangsom
6.14
Ameco heeft een dwangsom gevorderd en de Staat heeft daartegen geen verweer gevoerd. Het hof zal de dwangsom daarom toewijzen, maar deze – in lijn met de rechtbank – matigen op de wijze zoals weergegeven in het dictum van dit arrest.
Conclusie en proceskosten
6.15
De conclusie is dat het hoger beroep van Ameco slaagt. Daarom zal het hof het vonnis vernietigen doch uitsluitend voor wat betreft de afwijzing van het meer of anders gevorderde onder 5.4. In zoverre opnieuw rechtdoende zal het hof de hierna volgende veroordeling uitspreken. Voor het overige blijft het vonnis (ook voor wat betreft de compensatie van proceskosten) in stand. Het hof zal de Staat als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.
6.16
Het hof begroot de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Ameco op:
dagvaarding € 106,73
griffierecht € 783,00
salaris advocaat € 3.225,00 (2,5 punten × tarief II)
nakosten € 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.303,73
Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing
.

7.Beslissing

Het hof:
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 februari 2023 doch uitsluitend voor zover het meer of anders gevorderde is afgewezen;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
- gebiedt de Staat om binnen twee weken na betekening van dit arrest de keurtijd op het bedrijf van Ameco structureel te verlengen door elke maandag tot en met vrijdag ten behoeve van de ante morten (AM) keuring, de post mortem (PM) keuring en de Kiwa-keuring, een half uur langer te keuren, dat is negen en een half uur in plaats van negen uur, zonder daarbij Ameco te verplichten om te vlinderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat de Staat hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 50.000,-;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
  • veroordeelt de Staat in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Ameco begroot op € 4.303,73, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als de Staat deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
  • bepaalt dat als de Staat niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, de Staat de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J. Ruijpers, mr. J.I. de Vreese-Rood en mr. T. Heikens en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.