ECLI:NL:GHDHA:2026:50

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
200.338.262/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over aansprakelijkheid bij gebreken na ingrijpende woningverbouwing

Deze civiele procedure betreft een geschil over een ingrijpende verbouwing van een woning waarbij de eigenaar diverse contractanten aansprakelijk stelt voor constructieve gebreken. De rechtbank wees de vorderingen van de eigenaar af. In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat zonder nader deskundigenonderzoek niet kan worden vastgesteld wat de oorzaak van de gebreken is en welke partij daarvoor aansprakelijk is.

De verbouwing omvatte een forse uitbreiding, ombouw van een garage tot slaapkamer, extra hoogte op de eerste verdieping met nieuwe kapconstructie en een aparte dubbele garage. De architect, constructeur en aannemer waren afzonderlijk gecontracteerd. Na oplevering ontstonden scheurvorming, doorbuiging en andere gebreken. Diverse deskundigen hebben rapporten uitgebracht, maar de oorzaak blijft onduidelijk.

Het hof constateert dat voorafgaand aan de verbouwing geen funderings- of sonderingsonderzoek is uitgevoerd en dat de controle op de belasting van de kapconstructie op de onderliggende constructie is uitgebleven. Dit maakt het onmogelijk om nu een oordeel te geven over de aansprakelijkheid en het causaal verband met de schade.

Daarom gelast het hof een deskundigenonderzoek met specifieke vragen over de bouwtechnische gebreken, oorzaken, normen, fundering en herstelmogelijkheden. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de deskundigen en vragen. De zaak wordt aangehouden voor nadere besluitvorming na het deskundigenbericht.

Uitkomst: Het hof gelast deskundigenonderzoek en houdt verdere beslissing aan over aansprakelijkheid en schadevergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.338.262/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/634026 / HA ZA 22-169
Arrest van 27 januari 2026
in de zaak van

1.[appellant] ,2. [appellant 2] ,

beiden wonend in [woonplaats 1] , gemeente [naam gemeente 1] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep van [geïntimeerde 4] B.V.,
hierna: [appellant] (enkelvoud),
advocaat: mr. T.J. van Veen, kantoorhoudend in Ede (Gld),
tegen

1.B.V. Bogaerds,

gevestigd in Numansdorp, gemeente Hoeksche Waard,
hierna: Bogaerds,
geïntimeerde 1,
advocaat: mr. R. Bravenboer, kantoorhoudend in Oud-Beijerland,
2.
Vcon Bouwconstructies,
3. [geïntimeerde 3],
gevestigd, respectievelijk wonend, in [woonplaats 2] , gemeente [naam gemeente 2] ,
geïntimeerden 2 en 3,
hierna samen: Vcon,
advocaat: mr. B.M. Stroetinga, kantoorhoudend in Eindhoven,
4. [geïntimeerde 4] B.V.,gevestigd in Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard,
geïntimeerde 4 in het principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
hierna: [geïntimeerde 4],
advocaat: mr. P.A. Visser, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna, zoals gezegd, [appellant] , Bogaerds, Vcon, [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4].

1.De zaak in het kort

1.1
Deze procedure gaat over een ingrijpende verbouwing van een woning. Deze is niet in alle opzichten goed gegaan. De eigenaar van de woning stelt hiervoor zowel de architect als de constructeur als de aannemer aansprakelijk. De rechtbank heeft de vorderingen van de eigenaar afgewezen.
1.2
Het hof komt tot een tussenarrest en vindt een deskundigenbericht nodig.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 29 november 2023, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 1 februari 2023 en
  • de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
  • de memorie van antwoord van Bogaerds, met bijlagen;
  • de memorie van antwoord van Vcon en [geïntimeerde 3] ;
  • de memorie van antwoord van [geïntimeerde 4], tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel, met bijlagen;
  • de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel appel van [appellant] ;
  • de bijlagen (nrs. 10 en 11) die [appellant] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
2.2
Op 17 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht, mrs. Van Veen en Bravenboer mede aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Ter zitting is uitgebreid gesproken over een mogelijke schikking.
2.3
Hierna is de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen om te onderzoeken of het geschil in der minne kon worden beëindigd. Dit is niet gelukt. Daarom heeft [appellant] arrest gevraagd. Het hof heeft het verzoek van geïntimeerden om een nieuwe mondelinge behandeling te bepalen (in verband met schikkingsonderhandelingen) afgewezen. Het hof heeft arrest bepaald.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
[appellant] is eigenaar van de hieronder weergegeven woning aan [woonplaats 1] . In opdracht van [appellant] is de woning ingrijpend verbouwd. Bij deze verbouwing waren met name betrokken Bogaerds (met [persoon 4] ) als architect, Vcon (met de heer [geïntimeerde 3] ) als constructeur en [geïntimeerde 4] als aannemer. [appellant] heeft met deze drie partijen aparte overeenkomsten gesloten. Daarnaast heeft [appellant] rechtstreeks gecontracteerd met de tegelzetter (van onder meer de keuken en badkamer op de eerste verdieping).
3.2
De verbouwing betrof (a) een forse uitbreiding op de begane grond (rechts op de tekening, aangegeven als ‘bijgebouw 34 m²’), hierna:
de aanbouw,(b) het ombouwen van de garage op de begane grond tot een slaapkamer met toebehoren, (c) het realiseren van extra hoogte op de eerste verdieping (links op de tekening, aangegeven als ‘uitbreiding’), hierna:
de opbouw, met slaapkamer en badkamer, waartoe (d) een geheel nieuwe kapconstructie moest worden gemaakt, en (e) het bouwen van een nieuwe apart staande dubbele garage (op de tekening aangegeven als ‘bijgebouw 68 m²). De verbouwing is begonnen op 6 september 2018. Op 26 april 2019 heeft de oplevering plaatsgevonden. Het uiteindelijke woonhuis is opgebouwd uit twee woonlagen. De begane grond is opgetrokken uit steen, de eerste verdieping is opgebouwd uit een houten constructie en voorzien van een rieten kapconstructie. De buitenzijde van de woning is afgewerkt met stucwerk.
3.3
Bogaerdsheeft in opdracht van [appellant] de bouwtekeningen gemaakt, de benodigde tekeningen, rapportages en formulieren omgevingsvergunning verzameld en de vergunningaanvraag verzorgd, alsmede voorstellen gedaan aan [appellant] voor de keuze van een constructeur en aannemer. De geoffreerde werkzaamheden van Bogaerds waren verdeeld in drie fasen, te weten, (1) schetsontwerp, (2) definitief ontwerp plus aanvraag omgevingsvergunning en (3) technisch ontwerp en aanvraag aannemers. De totale offerte kwam uit op een bedrag van € 16.165,- exclusief btw.
3.4
Voor de constructieve kant van het werk is (op instigatie van Bogaerds) Vcon ingeschakeld, waarmee [appellant] rechtstreeks heeft gecontracteerd.
Vconheeft aanvankelijk op 25 april 2017 een offerte uitgebracht. Vcon heeft op 27 november 2017 opnieuw een offerte uitgebracht. Deze is door [appellant] aanvaard. Deze offerte vermeldt onder meer:
“1. Tekening en berekening uitbreiding fundatie tpv garage en keuken € 850,00fundering op staal, stroken fundering, ps-combinatievloer2. Tekening en berekening uitbreiding verdiepingsvloer tpv garage en keuken € 650,00houten balklaag, stalen liggers tpv doorbraak, kolommen, e.d.3. Tekening en berekening nieuwe kapconstructie over gehele woning € 800,00stalen spanten, prefab dakplatenTotaal (excl. B.T.W.) € 2.300,00Sonderingen en funderingsadvies zit niet in onze opdracht.Uitgangspunt offerte: tekeningen Bogaerds architecten.(….)”
3.5
Vcon heeft vervolgens constructieberekeningen ten aanzien van 1) en 2) uitgevoerd. Aanvankelijk zou Vcon ook de tekening en berekening van de nieuwe kapconstructie over gehele woning maken (offerteonderdeel 3). Uiteindelijk heeft aannemer [geïntimeerde 4] voor de kapconstructie het bedrijf Bouw85 ( [persoon 5] ) als onderaannemer ingeschakeld, die de (prefab) kapconstructie heeft geleverd en berekend.
3.6
Als productie 11 bij inleidende dagvaarding is gevoegd een e-mailwisseling van 17 september 2018 tussen [persoon 5] en [geïntimeerde 4], waarbij [persoon 5] heeft geschreven:
“Hallo [geïntimeerde 4], Hierbij ontvang je de kapberekening en gewijzigde kaptekening. Er moet door hoofdconstructeur wel gecontroleerd worden of de belasting uit kap op de onderliggende constructie kan worden toegelaten.”
3.7
[geïntimeerde 4] heeft deze e-mail dezelfde dag doorgestuurd naar Bogaerds ( [persoon 4] ), Vcon ( [geïntimeerde 3] ) en [appellant] , met de volgende tekst:
“Goedemorgen,Hierbij de gegevens van de kap, graag van [geïntimeerde 3] goedkeuring op de berekening,Vriendelijke groet, [geïntimeerde 4]”Deze e-mail heeft geen vervolg gekregen.
3.8
[geïntimeerde 4]heeft de verbouwing uitgevoerd, op basis van zijn offerte (begroting) aan [appellant] van 1 oktober 2018, die sloot op een bedrag van € 366.366,96 (inclusief btw). Voorafgaand aan de bouw is geen schriftelijk contract gemaakt. Evenmin heeft een
nul-meting, funderings-of sonderingsonderzoek (van de bodem) plaatsgevonden.
3.9
Kort na afronding van de verbouwing heeft [appellant] klachten geuit, voor zover in deze procedure van belang, met name op het gebied van de constructie/fundering van de woning. Er is scheurvorming opgetreden (i) op de grens van
de aanbouwen de oorspronkelijke woning en in het tegelwerk (ter plaatse van de nieuwe keuken) en (ii) bij de badkamer op de eerste verdieping. Daarnaast (iii) is sprake van enige doorbuiging van de balkenlaan op de eerste verdieping, die (mede) de nieuwe kapconstructie steunt (bij de
opbouw). Dit laatste wordt onder meer in verband gebracht met de afwezigheid van een stalen ligger bij de verdiepingsvloer waardoor puntlast F6 niet voldoende wordt opgevangen vanuit de kapconstructie, terwijl puntlast F7 (in de woonkamer) achterwege is gelaten.Ook wordt aangevoerd dat de tegelzetter onvoldoende dilatatievoegen heeft aangebracht. De overige klachten, die met name verband houden met de afwerking, zijn grotendeels door [geïntimeerde 4] erkend. Het aangeboden herstel van dit laatste is door [appellant] in dit stadium geweigerd omdat hij wil dat eerst de constructieve problemen worden aangepakt.
3.1
[appellant] heeft de volgende deskundigen in de arm genomen, die hebben gerapporteerd:
(a) Hage Bouwadvies (na bezichtiging op 30 juli 2019),
(b) Wareco ingenieurs (rapport 28 januari 2021),
(c) Sterk adviesbureau (rapport 8 juli 2021),
(d) RSW bouw (kostenraming 20 december 2021),
(e) Hage Bouwadvies (rapport 13 januari 2021 herstelmaatregelen),
(f) Ing. P. van Eijk iov Interpolis (verzekeraar Vcon), memo dd 16 en 17 mei 2022,
(g) Propendum (inspectie 22 februari 2023),
(h) EMN (eerste inspectie 12 oktober 2023), en
(i) Trition (onderzoek 24 oktober 2023 (via EMN)).

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
[appellant] heeft, heel kort samengevat en na wijziging van eis, (in conventie) gevorderd
1. hem te machtigen de in het rapport Propendum e.a. geconstateerde gebreken te doen herstellen voor rekening van de hoofdelijk aansprakelijken Bogaerds Vcon en [geïntimeerde 4], onverminderd zijn recht op schadevergoeding;
2. Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 165.000,-;
3. hen te veroordelen tot herstel, op straffe van een dwangsom.
4.2
De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.
4.3
[geïntimeerde 4] heeft in reconventie gevorderd betaling door [appellant] van openstaande facturen ten bedrage van € 9.208,90, met wettelijke (handels)rente. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen tot een bedrag van € 8.458,90, met wettelijke handelsrente, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

5.Procedure in hoger beroep

5.1
[appellant] is van deze beslissingen in hoger beroep gekomen. Hij heeft bij memorie van grieven 26 grieven aangevoerd. Hiermee heeft hij het geschil in volle omvang aan het hof voorgelegd.
5.2
[appellant] heeft zijn eis in hoger beroep gewijzigd. Hij concludeert, samengevat en uitvoerbaar bij voorraad, tot vernietiging van de bestreden vonnissen en opnieuw rechtdoende:
primair:I. tot hoofdelijke veroordeling van Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] tot betaling aan [appellant] :
a. van een bedrag groot € 166.171,73 ten titel van schadevergoeding in verband met noodzakelijk herstel en
b. een bedrag groot € 29.662,48 ten titel van schadevergoeding in verband met vervangende woonruimte en
c. van een bedrag groot € 6.149,10 ten titel van schadevergoeding in verband met kosten inschakelen deskundigen en
d. van een bedrag groot € 20.000,- ten titel van immateriële schadevergoeding en
e. van een bedrag groot € 3.416,21 ten titel van buitengerechtelijke kosten, één en ander vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
II. tot hoofdelijke veroordeling van Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] tot betaling aan [appellant] van schadevergoeding, zulks nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en verminderd met hetgeen krachtens de veroordeling zoals hiervoor sub I weergegeven zal zijn betaald;
III. Ros te veroordelen aan [appellant] ten titel van schadevergoeding te voldoen een bedrag groot € 10.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, voor zover de vorderingen, zoals hiervoor sub I en II geformuleerd, niet zullen worden toegewezen:
subsidiairIV. Bogaerds dan wel Vcon dan wel [geïntimeerde 4] dan wel twee van deze partijen te veroordelen tot vergoeding van schade zoals hiervoor sub I en II weergegeven;
primair en subsidiairV. hoofdelijke veroordeling van Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] in de proceskosten, met nakosten en wettelijke rente.
5.3
Daarnaast concludeert hij tot alsnog afwijzing van de toegewezen vordering van [geïntimeerde 4] en terugbetaling van het terzake door hem betaalde.
5.4
Bogaerds, Vcon (en [geïntimeerde 3] ) en [geïntimeerde 4] hebben gemotiveerd verweer gevoerd. [geïntimeerde 4] heeft nog voorwaardelijk gegriefd.

6.Beoordeling in hoger beroep

6.1
Vast staat dat er gebreken zijn aan de woning, die naar het zich laat aanzien, in ieder geval voor een aanzienlijk deel met enige vorm van verzakking te maken hebben. Ook staat vast dat de verbouwing niet geheel volgens de bouwtekeningen en de daarop gebaseerde constructieberekeningen is uitgevoerd. Zo bleken op de plaats van de
aanbouwstelconplaten te liggen (van een voormalig buitenbadje/jacuzzi) en heeft [geïntimeerde 4] er toen voor gekozen (kort gezegd) om de resterende vloer aan te harden met beton met onderliggende liggers. Dit geldt ook voor de versteviging van de
opbouw en de dakconstructie, waarbij de steun F7 is vervallen en is afgezien van plaatsing van een stalen dwarsbalk.
6.2
Of en zo ja, wie van geïntimeerden van de aldus ontstane gebreken een verwijt valt te maken en in welke mate, is zonder nader deskundigenonderzoek naar de oorzaak en omvang ervan niet vast te stellen. In dit verband kan het hof er niet omheen dat voorafgaande aan de verbouwing geen nulmeting heeft plaatsgevonden, terwijl evenmin een funderings- en/of sonderingsadvies is gevraagd. Aldus blijft de (reële) mogelijkheid open dat de gebreken, zowel
bij de aanbouwalsook
bij de opbouwgeheel of mede hun oorzaak vinden in de kwaliteit van de fundering/de ondergrond en/of de draagconstructie van de woning zelf. Bovendien is niet uit te sluiten dat de (niet in deze procedure betrokken) tegelzetter ook enig verwijt treft, zij het geen constructief verwijt. Voor zover partijen hebben betoogd dat de berekeningen van de dakconstructie zijn uitgevoerd door de onderaannemer Bouw85, zodat zijzelf voor fouten in die berekening niet aansprakelijk zijn, wijst het hof erop (i) dat er geen aanwijzingen zijn dat de berekening van de kapconstructie niet deugt, maar (ii) dat dit nog niet wil zeggen dat de fundering voor deze nieuwe kap toereikend is. Bouw85 heeft hier ook (tevergeefs) op gewezen in haar e-mail van 17 september 2018, waarin zij heeft vermeld dat
‘door de hoofdconstructeur wel gecontroleerd moet worden of de belasting uit kap op de onderliggende constructie kan worden toegelaten.’Vast staat dat deze controle niet heeft plaatsgevonden.
6.3
Zonder dat over dit alles duidelijkheid is verkregen, kan het hof in ieder geval geen oordeel geven over de schadevorderingen van [appellant] . Het hof is immers bij de huidige stand van zaken niet in staat om de oorzaak van de gebreken te achterhalen en daarmee het causaal verband tussen deze gebreken en de gevorderde schadevergoeding.
6.4
Pas daarna komt het hof toe aan de vraag naar de mogelijke aansprakelijkheid van iedere gedagvaarde partij en/of eigen schuld van [appellant] , waarbij het hof overigens niet uitsluit dat alle partijen enig verwijt valt te maken. In dit verband wijst het hof er enerzijds op dat geïntimeerden als professionals te maken hadden met een consument – dit schept verplichtingen, met name op het punt van de informatievoorziening – , terwijl anderzijds [appellant] er wellicht beter aan had gedaan om als consument een professionele bouwbegeleider in te schakelen. Het hof merkt wel alvast op dat het vooralsnog niet ziet dat hier sprake is geweest van een bouwteam, maar dat sluit niet uit dat onder bepaalde omstandigheden toch sprake zou kunnen zijn van een gezamenlijke verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag of sonderings-/funderingsonderzoek nodig was geweest. Datzelfde geldt voor het achterwege laten van het controleren van de belasting van de kap op de onderliggende constructie. Vast staat immers dat de mail aan alle betrokkenen was gericht en dat niemand actie heeft ondernomen of dat heeft gecontroleerd.
6.5
Samengevat komt het er dus op neer dat het hof deze vragen nu nog niet verder kan beoordelen zonder aanvullende gegevens over de oorzaak van de gebreken. Naast een mogelijk ontoereikende krachtenafdracht naar de fundering (zie rapport Propendum) is niet uit te sluiten dat de huidige fundering ontoereikend is om het gewicht van de woning na verbouwing te dragen. Of de kwaliteit van de ondergrond daaraan mede debet is (en of wellicht nog sonderingen uitgevoerd moeten worden), is eveneens onduidelijk gebleven.
Deskundigenrapport nodig
6.6
Het hof zal daarom een deskundigenrapport gelasten, waarbij de deskundige mede acht dient te slaan op de reeds uitgebrachte rapportages en hetgeen het hof reeds heeft overwogen.
6.7
Het hof is voornemens om de te benoemen deskundige(n) de volgende vragen te stellen:
Welke bouwtechnische gebreken zijn aanwezig aan
de aanbouw?
Wat is naar uw oordeel de oorzaak van deze technische gebreken?
Als er meerdere oorzaken mogelijk zijn, in hoeverre sluiten deze oorzaken elkaar uit dan wel werken zij (mogelijk) cumulatief?
Is daarbij relevant dat ervoor is gekozen om de stelconplaat te laten liggen en een vorstrandconstructie toe te passen? Zo ja, is deze keuze juist geweest? Zo nee, waarom niet?
Is voor onderzoek hiernaar destructief onderzoek nodig? Zo ja, op welke wijze?
Voldoet de uitvoering van de werkzaamheden aan de aanbouw aan de geldende normen? Op basis van welke normen komt u tot deze conclusie?
Wat is de oorzaak van de scheurvorming/de gebreken in
de opbouw? Is het niet controleren van de toelating van de belasting uit de kap op de onderliggende constructie daarbij relevant geweest? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Is herstel technisch mogelijk en zo ja, wat is de minimaal noodzakelijke herstelmaatregel en wat zijn hiervan de kosten?
Is de fundering toereikend om het gewicht van de woning
na verbouwing, c.q de aanbouw en opbouw, te dragen?
Is voor het achterhalen van de oorzaak sonderings- en/of funderingsonderzoek van de bodem nodig? Zo ja, wat kost dat?
Had het uitvoeren van een sonderings-/funderingsonderzoek voor aanvang van de werkzaamheden de huidige problemen kunnen voorkomen? Zo ja, wie bepaalt gebruikelijkerwijs of sonderings-/funderingsonderzoek noodzakelijk is (de architect, de constructeur of de aannemer of allen tezamen)?
Zijn er andere herstelopties en wat zijn hiervan de kosten?
Heeft de deskundige verder nog opmerkingen, die van belang zijn?
6.8
Partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te laten:
(1) over de te stellen vragen;
(2) het aantal deskundigen (een of drie)?
(3) (bij voorkeur eensluidend) de keuze (hoedanigheid) en naam/namen van de te benoemen deskundige(n).
6.9
[appellant] zal in beginsel als eisende partij het voorschot voor de deskundige(n) moeten dragen.
6.1
Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol voor het nemen van een akte door alle partijen gelijktijdig en houdt iedere verdere beslissing aan.

7.Beslissing

Het hof:
  • verwijst de zaak naar
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. M.A.F. Tan - de Sonnaville, mr. M.P.J. Ruijpers en
mr. E. Bauw en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.