Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
Inleiding
Juridisch kader voorbedachte raad
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Standpunt van de verdediging
Oordeel van het hof
of omstreeks14 september 2021 te 's-Gravenhage [het slachtoffer] opzettelijk
en al dan niet met voorbedachten radevan het leven heeft beroofd, door
(meermalen)met een mes in de hals en
/ofborst en
/ofbuik en
/ofrug en
/of arm(en) en/of be(e)n(en) en/of hand(en) en/ofknie
en/of schouder en/of het gezicht, althans in het lichaam,van die [het slachtoffer] te steken
en/of te snijden;
of omstreeks14 september 2021 te 's-Gravenhage een portemonnee met inhoud, te weten een legitimatiebewijs en
/ofeen bankpas
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan {het slachtoffer], in elk geval aan een ander
,toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om
hetdiezich wederrechtelijk toe te eigenen.
1.
doodslag;
2.
diefstal.
Ernst van de feiten
Het strafblad van de verdachte
Over de verdachte opgemaakte rapporten
- een Pro Justitia rapport van 27 maart 2022 opgemaakt door drs. J. Yntema, GZ-psycholoog;
- een aanvullend Pro Justitia rapport van 14 juni 2024 opgemaakt door dr. S.J. Roza, psychiater;
- een aanvullend Pro Justitia rapport van 17 juni 2024 opgemaakt door drs. J. Yntema, GZ-psycholoog;
- een rapport van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) van 27 mei 2025 opgemaakt door drs. L. Zijp, GZ-psycholoog, en dr. M.B.F. van Berkel, psychiater.
Oordeel van het hof naar aanleiding van de adviezen
De op te leggen gevangenisstraf
De op te leggen maatregel
- [benadeelde partij 2], de minderjarige dochter van het slachtoffer, tot een bedrag van € 20.000,00 aan immateriële (affectie)schade, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- [benadeelde partij 3], de minderjarige zoon van het slachtoffer, tot een bedrag van € 20.000,00 aan immateriële (affectie)schade, te vermeerderen met de wettelijke rente;
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het standpunt van de verdediging
Algemene overwegingen ten aanzien van de vorderingen
- € 6.745,96 (kosten grafmonument);
- € 67,00 (kosten begraafplaats).
- € 10.465,55 (uitvaartkosten);
- € 145,00 (kosten vergunning begraafplaats);
- € 1.068,54 (kosten vliegtickets).
- 13 oktober 2021 over een bedrag van € 10.465,55 (uitvaartkosten);
- 10 november 2022 over een bedrag van € 145,00 (kosten vergunning begraafplaats);
- 16 september 2021 over een bedrag van € 1.068,54 (kosten vliegtickets).
Kostenveroordeling
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren en 6 (zes) maanden.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
€ 6.812,96 (zesduizend achthonderdtwaalf euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
33 (drieëndertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
96 (zesennegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
96 (zesennegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
84 (vierentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 11.679,09 (elfduizend zeshonderdnegenenzeventig euro en negen cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
56 (zesenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
- 16 september 2021 over een bedrag van € 1.068,54
- 13 oktober 2021 over een bedrag van € 10.465,55
- 10 november 2022 over een bedrag van € 145,00.