Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het beroepschrift, met bijlagen, ter griffie van het hof ingekomen op 15 september 2025, waarmee [verzoeker] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van 16 juni 2025 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam (hierna: de bestreden beschikking);
- het verweerschrift, met bijlage, van Erfgoedhavens, ter griffie van het hof ingekomen op 18 december 2025.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Verzoek in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Komt soms wat arrogant over, maar is over het algemeen niet zo bedoeld.
Zal op dit punt letten” en “
Sociale communicatie is goed, maar soms directe reactie die verkeert uitgelegd kan worden. Is besproken, zal [verzoeker] op letten.” In het verslag van 2021 wordt opgemerkt: “
Goede sfeer, maar soms wat wrevel. Vraagt enige verbetering”, en “
Communicatief: goed, komt soms wat arrogant over. Wat aandacht aan geven.” Een veel negatiever beeld wordt geschetst in het verslag van het gesprek op 24 december 2023. Daarin staat onder meer
: “Taken die [verzoeker] minder leuk vindt blijven eerder liggen, of schuift deze voor zich uit. Afspraken maken om weer naar een normalere situatie te komen.” Over de samenwerking/collegialiteit
: “Tussen havenmeesters en [naam 1][bedoeld wordt: [naam 1] ; hof]
is voldoende tot goed, maar op kantoor is het zorgelijk en moet echt anders. [verzoeker] meet met twee maten. Het voelt alsof [verzoeker] moetwillig wil choqueren.” En: “
Aankomende tijd zullen afspraken plaats vinden om hieraam te werken. Daar moet verandering in komen”. Bij werkomstandigheden: “
[verzoeker] kan voor zijn omgeving te nadrukkelijk aanwezig zijn en dat heeft negatieve invloed op de werkomstandigheden van anderen. Dit wordt meegenomen in de gesprekken die gevoerd gaan worden.” Over de communicatie: “
Prima, maar komt soms, met name intern, drammerig over, wat een open gesprek bemoeilijkt. [verzoeker] kan zich voorstellen dat dit plaats vindt, maar vindt dat dit niet alleen aan hem ligt.” En bij sociaal: “
Is wispelturig. Ene moment prima en andere moment kan er een negatieve sfeer ontstaan en lijkt persoonsafhankelijk te zijn. [verzoeker] herkent zich hier maar gedeeltelijk in, maar zal onderwerp van gesprek moeten blijven om tot een oplossing te komen.” Als toelichting wordt nog opgemerkt: “
Bij [verzoeker] heb ik op dit moment een heel dubbel gevoel, inhoudelijk waardevol voor de organisatie maar gedrag is op sommige momenten storend, iets wat moet veranderen zeker naar de collega’s”.
- als er als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan (bijvoorbeeld als gevolg van het niet willen ingaan op avances zijnerzijds) en de rechter concludeert dat er geen andere optie is dan ontslag;
- als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde verhouding ontstaat. Te denken is daarbij aan een situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte ernstig heeft veronachtzaamd;
- de situatie waarin de werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren en ontslag langs die weg te realiseren;
- de situatie waarin een werknemer arbeidsongeschikt is geworden (en uiteindelijk wordt ontslagen) als gevolg van verwijtbaar onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden. (Zie Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 3 blz. 34).
na afronding van de studienog twee jaar bij Erfgoedhavens in dienst zou zijn. Erfgoedhavens heeft het bedrag van € 1.995,- mogen verrekenen bij de eindafrekening, omdat vaststaat dat [verzoeker] de opleiding niet heeft afgerond. Hieruit volgt dat de vordering van [verzoeker] tot betaling van achterstallig loon zal worden afgewezen.
7.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van 16 juni 2025 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam;
- veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van dit hoger beroep, aan de zijde van Erfgoedhavens tot op heden begroot op € 3.596,-;
- bepaalt dat als [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verzoeker] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is verzocht.