ECLI:NL:GHDHA:2026:442
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot opheffing lijfsdwang en kwijtschelding betalingsverplichting afgewezen en doorverwezen naar rechtbank
Verzoeker, die door het hof was veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel en in lijfsdwang werd gehouden, verzocht het hof om opheffing van de lijfsdwang en kwijtschelding van de betalingsverplichting.
Het hof behandelde het verzoek in raadkamer en concludeerde dat op grond van het overgangsrecht van de Wet USB de bevoegdheid tot opheffing van lijfsdwang bij de Minister ligt en niet bij de rechter. Daarnaast is het hof niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot kwijtschelding; dit behoort tot de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het strafbare feit.
Daarom verklaarde het hof het verzoek tot opheffing niet-ontvankelijk en zich onbevoegd voor het verzoek tot kwijtschelding, waarna de zaak werd verwezen naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing lijfsdwang niet-ontvankelijk verklaard en verzoek tot kwijtschelding doorverwezen naar rechtbank.