Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 oktober 2024
- de memorie van grieven van [appellant] , met producties;
- de memorie van antwoord van HME, met producties;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van HME.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank; vorderingen in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
6.Beslissing
- draagt [appellant] het bewijs op van zijn stelling dat hij niet meer de contractspartij van HME is en dat hij met HME ook niets meer heeft af te rekenen;
- bepaalt dat als [appellant] getuigen wil laten horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een van de zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 in Den Haag op
- benoemt mr. J.W. Frieling als raadsheer-commissaris, die de getuigenverhoren zal afnemen;
- bepaalt dat de raadsheer-commissaris (in beginsel één keer) een nieuwe datum voor de getuigenverhoren zal vaststellen als een van beide partijen dit wegens verhindering
- wijst [appellant] op de eerste zin van artikel 170 Rv Pro: op de eerste zin van artikel 170 Rv Pro: “
- bepaalt dat er na afloop van het getuigenverhoor (en voor zover toepassing: tegenverhoor) gelegenheid zal zijn voor het beproeven van een minnelijke regeling;
- deelt mee dat het hof al beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, zodat het niet nodig is dit voor een getuigenverhoor nog een keer over te leggen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.