ECLI:NL:GHDHA:2026:354

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
22-001609-25
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 33 Wetboek van StrafrechtArt. 33a Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor uitvoer en handel in harddrugs met verbeurdverklaring en gevangenisstraf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor het versturen van 15 pakketten met harddrugs naar het buitenland en andere druggerelateerde feiten. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en de straf aangepast.

Het hof achtte bewezen dat de verdachte tussen juni en september 2024 meerdere keren grote hoeveelheden MDMA, cocaïne, (meth)amfetamine en LSD buiten Nederland heeft gebracht, voorbereidingshandelingen verricht, verboden wapens bezat en drugs verhandelde. De verdachte handelde uit financieel gewin en droeg bij aan de internationale drugshandel.

Het hof legde een gevangenisstraf van 36 maanden op, geheel onvoorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De proeftijd van een eerdere jeugddetentie werd met één jaar verlengd vanwege het niet naleven van voorwaarden. Tevens werden in beslag genomen bitcoins, geld, telefoons en een auto verbeurd verklaard. Het hof vond bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk gezien de persoonlijke omstandigheden en gedragsverbetering van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van in beslag genomen goederen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001609-25
Parketnummers: 09-232856-24; 16-245776-22 (TUL)
Datum uitspraak: 27 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 mei 2025 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
BRP-adres: [adres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte partieel vrijgesproken ter zake van het aan hem tenlastegelegde onder het zesde gedachtestreepje onder feit 1 (pakketnummer [nummer 16] ), van het onderdeel ‘110,62 gram MDMA’ van het zevende gedachtestreepje onder feit 1 (pakketnummer [nummer 6] ) en het bezit van een ploertendoder onder feit 4.
Verder is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan
6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder oplegging van bijzondere voorwaarden, inhoudende - kort gezegd - een meldplicht bij de reclassering, een behandelverplichting, een inspanningsverplichting strekkende tot het vinden en behouden van dagbesteding, en het onthouden van deelname aan kansspelen.
Voorts is beslist omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging en de in beslag genomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken ten aanzien van het aan de verdachte tenlastegelegde onder het zesde gedachtestreepje onder feit 1 (pakketnummer [nummer 16] ), het onderdeel ‘110,62 gram MDMA’ van het zevende gedachtestreepje onder feit 1 (pakketnummer [nummer 6] ) en het bezit van een ploertendoder onder feit 4, zodat de verdachte in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:
1.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2024 tot en me 11 september 2024 te 's-Gravenhage en/of IJsselstein en/of Hoevelaken en/of Hilversum en/of Mijdrecht en/of Kortenhoef en/of Soest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht minimaal ongeveer
- 110,62 gram MDMA (pakket [nummer 1] , ingeleverd op 28 juni 2024), en/of
- 246,73 gram MDMA (pakket [nummer 2] , ingeleverd op 28 juni 2024), en/of
- 24,71 gram cocaïne en/of 25 pillen MDMA (pakket [nummer 3] , ingeleverd op 28 juni 2024), en/of
- 9,72 gram MDMA (pakket [nummer 4] , ingeleverd op 29 juni 2024), en/of
- 248,31 gram MDMA (pakket [nummer 5] , ingeleverd op 29 juni 2024), en/of
- 257,02 gram MDMA en/of 525 pillen MDMA (pakket [nummer 6] , ingeleverd op 8 juli 2024), en/of
- 948,81 gram MDMA (pakket [nummer 7] , ingeleverd op 8 augustus 2024), en/of
- 1079,32 gram MDMA en/of 1008 gram MDMA (pakket [nummer 8] , ingeleverd op 7 augustus 2024), en/of
- 1003,8 gram MDMA (pakket [nummer 9] , ingeleverd op 7 september 2024) en/of
- 999,5 gram MDMA (pakket [nummer 10] . ingeleverd op 7 september 2024) en/of
- 100 pillen MDMA (pakket [nummer 11] , ingeleverd op 22 augustus 2024), en/of
- 100 pillen MDMA (pakket [nummer 12] ), ingeleverd op 22 augustus 2024), en/of
- 252 gram MDMA (pakket [nummer 13] , ingeleverd op 22 augustus 2024), en/of
- 150 gram MDMA (pakket [nummer 14] , ingeleverd op 22 augustus 2024), en/of
- 120 pillen MDMA en/of 50 pillen MDMA en/of 19 gram MDMA (pakket [nummer 15] ), ingeleverd op 22 augustus 2024), en/of
(althans in totaal
- 6690,37 gram MDMA en/of 920 stuks MDMA, en/of
- 24,71 gram cocaïne)
(telkens) middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van MDMA en/of (meth)amfetamine en/of cocaïne en/of LSD, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door verpakkingsmaterialen en/of enveloppen en/of (verzend)dozen en/of ongeveer 269,45 gram (meth)amfetamine en/of ongeveer 112,14 gram MDMA en/of ongeveer 215 tabletten MDMA en/of 16,27 gram cocaïne en/of ongeveer 250 zegels LSD voorhanden te hebben;
3.
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 269,45 gram (meth)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of ongeveer 112,14 gram MDMA en/of 215 tabletten MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of ongeveer 16,27 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of ongeveer 250 zegels LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde (meth)amfetamine en/of MDMA en/of cocaïne en/of LSD (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst L dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te Hilversum
- een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
5.
hij op één of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 24 december 2023 tot en met 29 oktober 2024 te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meerdere hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, XTC/MDMA en/of crystal meth en/of cocaïne en/of LSD en/of 2C-B. zijnde amfetamine, XTC/MDMA en/of cry stal meth en/of cocaïne en/of LSD en/of 2C-B, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de straf, en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij
op één of meerdere tijdstippenin
of omstreeksde periode van 28 juni 2024 tot en met
11 september 2024 te
's-Gravenhage en/ofIJsselstein en
/ofHoevelaken en
/ofHilversum en
/ofMijdrecht en
/ofKortenhoef en
/ofSoest, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht
minimaal ongeveer
- 110,62 gram MDMA
,(pakket [nummer 1] , ingeleverd op 28 juni 2024
), en
/of
- 246,73 gram MDMA
,(pakket [nummer 2] , ingeleverd op 28 juni 2024
), en
/of
- 24,71 gram cocaïne en
/of25 pillen MDMA
,(pakket [nummer 3] , ingeleverd op 28 juni 2024
), en
/of
- 9,72 gram MDMA
,(pakket [nummer 4] , ingeleverd op 29 juni 2024
), en
/of
- 248,31 gram MDMA
,(pakket [nummer 5] , ingeleverd op 29 juni 2024
), en
/of
- 257,02 gram MDMA en 525 pillen MDMA
,(pakket [nummer 6] , ingeleverd op 8 juli 2024
), en
/of
- 948,81 gram MDMA
,(pakket [nummer 7] , ingeleverd op 8 augustus 2024
), en
/of
- 1079,32 gram MDMA en
/of1008 gram MDMA
,(pakket [nummer 8] , ingeleverd op 7 augustus 2024
), en
/of
- 1003,8 gram MDMA
,(pakket [nummer 9] , ingeleverd op 7 september 2024
)en
/of
- 999,5 gram MDMA
,(pakket [nummer 10] . ingeleverd op 7 september 2024
)en
/of
- 100 pillen MDMA
,(pakket [nummer 11] , ingeleverd op 22 augustus 2024
), en
/of
- 100 pillen MDMA
,(pakket [nummer 12]
), ingeleverd op 22 augustus 2024), en
/of
- 252 gram MDMA
,(pakket [nummer 13] , ingeleverd op 22 augustus 2024
), en
/of
- 150 gram MDMA
,(pakket [nummer 14] , ingeleverd op 22 augustus 2024
), en
/of
- 120 pillen MDMA en
/of50 pillen MDMA en
/of19 gram MDMA
,(pakket [nummer 15]
), ingeleverd op 22 augustus 2024
), en/of

(althans in totaal

- 6690,37 gram MDMA en/of 920 stuks MDMA, en/of
- 24,71 gram cocaïne) (telkens
)middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op
of omstreeks29 oktober 2024 te Hilversum,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en
/ofte bevorderen, te weten
- het opzettelijk
binnen en/ofbuiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren, verstrekken en
/ofvervoeren
, en/of
- het opzettelijk vervaardigenvan MDMA en
/of(meth)amfetamine en
/ofcocaïne en
/ofLSD,
in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen,
vervoermiddelen,enstoffen,
gelden en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte
en/of zijn mededader(s),wist
(en) of ernstige reden had(den) om te vermoedendat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door verpakkingsmaterialen en
/ofenveloppen en
/of(verzend)dozen en
/of ongeveer269,45 gram (meth)amfetamine en
/of ongeveer112,14 gram MDMA en
/ofongeveer 215 tabletten MDMA en
/of16,27 gram cocaïne en
/of ongeveer250 zegels LSD voorhanden te hebben;
3.
hij op
of omstreeks29 oktober 2024 te Hilversum
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer269,45 gram (meth)amfetamine
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamineen
/of ongeveer112,14 gram MDMA en
/of215 tabletten MDMA
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,en
/of ongeveer16,27 gram cocaïne
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,en
/of ongeveer250 zegels LSD,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD,zijnde (meth)amfetamine en
/ofMDMA en
/ofcocaïne en
/ofLSD
,(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op
of omstreeks29 oktober 2024 te Hilversum
- een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebrachtvoorhanden heeft gehad;
5.
hij
op één of meerdere momentenin
of omstreeksde periode van 24 december 2023 tot en met 29 oktober 2024
te Hilversum, althansin Nederland
, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,meermalen,
althans eenmaal, (telkens)opzettelijk heeft
geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt en
/ofvervoerd,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een ofmeerdere hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, XTC/MDMA en
/ofcrystal meth en
/ofcocaïne en
/ofLSD
en/of 2C-B, zijnde amfetamine, XTC/MDMA en/of crystal meth en/of cocaïne en/of LSD en/of 2C-B,
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
Het onder 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:
eendaadse samenloop van
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
en
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van harddrugs door in totaal
15 postpakketten met verdovende middelen in te leveren bij verschillende inleverlocaties ter zending naar het buitenland. Daarbij verstopte hij de verdovende middelen in ogenschijnlijk alledaagse goederen, zoals onder meer speelgoed, schoonheidsproducten en kunstobjecten. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen ten aanzien van de uitvoer van en de handel in verdovende middelen, onder meer via het darkweb. Ook heeft hij verschillende soorten verdovende middelen voorhanden gehad.
Door aldus te handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de internationale handel in verdovende middelen. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. De verspreiding van deze middelen dient derhalve tegengegaan te worden. Daarnaast gaat van de georganiseerde drugshandel in aanzienlijke mate een ondermijnend en corrumperend effect uit, waartegen krachtig moet worden opgetreden. Tenslotte leiden drugs en de handel daarin, direct of indirect, tot vele vormen van criminaliteit en daarmee tot onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en zich slechts door eigen financieel gewin laten leiden.
Tot slot heeft de verdachte een stroomstootwapen voorhanden gehad. Het bezit van een stroomstootwapen verdient bestraffing, reeds vanwege het gevaarzettende karakter daarvan. Ook brengt ongeoorloofd wapenbezit in de samenleving gevoelens van onveiligheid met zich, temeer aangezien dergelijke wapens kunnen worden gebruikt bij het plegen van strafbare feiten of bij eigenrichting.
Het hof ziet, in navolging van het rapport van Reclassering Nederland van 31 maart 2025, onvoldoende aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Het hof zal daarom – overeenkomstig de meervoudige kamer van de rechtbank – het volwassenstrafrecht toepassen.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en het aandeel dat de verdachte hierin heeft gehad, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Voorts heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 20 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten.
Het hof overweegt dat, gelet op hetgeen ter terechtzitting is gebleken, in de nabije omgeving van de verdachte, te weten zijn familieleden, voldoende beschermende factoren aanwezig zijn om de verdachte in de toekomst op het rechte pad te houden, zodat begeleiding en behandeling door de reclassering – ondanks hun andersluidende advies van 31 maart 2025- niet noodzakelijk wordt geacht. De verdachte heeft een concreet plan opgesteld voor de invulling van zijn dagbesteding. Hij is van plan na detentie als zzp’er te werken bij zijn stiefvader in de gevelbouw. Daarnaast kan de verdachte na detentie weer bij zijn moeder gaan wonen. Voorts lost de verdachte thans zijn schulden bij het CJIB af met een bedrag van € 125,- per maand. Tot slot heeft de verdachte, zoals ter zitting uitgelegd, naar het eruit ziet, geen problemen met gokken en dus deelname aan kansspelen. Zoals ter zitting verklaard, heeft de verdachte bij de politie en in eerste aanleg voorgedaan alsof hij gokschulden had waardoor hij zich gedwongen voelde om mee te werken aan het versturen van de postpakketen met verdovende middelen, maar dit blijkt niet te kloppen. De verdachte heeft het uit financieel gewin gedaan. Gelet op het vorenstaande acht het hof oplegging van bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk.
Het hof zal tot een andere strafoplegging komen dan de rechtbank. Doorslaggevend daarbij zijn de ter terechtzitting in hoger beroep door en namens de verdachte gepresenteerde persoonlijke omstandigheden. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte inmiddels inzicht heeft in de ernst van zijn handelen en zich ook schuldbewust toont over wat er is gebeurd. Daarbij neemt het hof in overweging dat de verdachte, naar het zich thans laat aanzien, een positieve wending aan zijn leven tracht te geven. Zo heeft hij – na een aantal incidenten begin 2025 – zijn plek gevonden binnen de Penitentiaire Inrichting en hebben zich na begin 2025 geen nieuwe incidenten voorgedaan tussen hem en medegedetineerden. Verder had de verdachte een moeilijke start voor wat betreft de arbeid in de Penitentiaire Inrichting, maar ook dat heeft hij ten goede gekeerd. Zoals ter zitting is gebleken, heeft de verdachte twee certificaten behaald en kan hij binnenkort op een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) beginnen. Uit de door de advocaat-generaal overgelegde informatie van de Penitentiaire Inrichting blijkt ook dat hij zich thans goed aan de regels houdt en zich meewerkend opstelt.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Onder de verdachte zijn 7 voorwerpen, te weten Bitcoin (1 en 2), geld (3 en
4), twee telefoons (5 en 6) en een auto (7), in beslag genomen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren.
Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze vermeld zijn onder 1 tot en met 7 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu zij geheel of grotendeels door middel van de onder 1 tot en met 5 bewezenverklaarde strafbare feiten zijn verkregen, dan wel met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2023 onder parketnummer 16-245776-22 is de verdachte veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 150 dagen. met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht en een proeftijd van 2 jaren, met bevel dat een deel van die jeugddetentie, groot 108 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. De vordering is in beginsel gegrond.
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken en hiervoor vermeld, is het hof van oordeel dat de proeftijd van deze veroordeling met één jaar moet worden verlengd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, de artikelen 33, 33a, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de in eerste aanleg verleende vrijspraken,
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1
980,12 EUR
(Omschrijving: 0.01531842 bitcoin met gegenereerde tegenwaarde van € 980,2., bitcoin)
2
332,07 EUR
(Omschrijving: LXFBC24003_832711; betreft 0.00478 bitcoin met een gegenereerde tegenwaarde van € 332,07., bitcoin)
3
445 EUR
4
800 EUR
(Omschrijving: PL2600-LXFBC24003_832682)
5
1. STK Telefoonautomaat
(Omschrijving: LXFBC24003_832611, Zwart-Goud, merk: iPhone)
6
1. STK Telefoonautomaat
(Omschrijving: LXFBC24003_832612, Zwart, merk: Google Pixel)
7
1. STK Personenauto
[kenteken]
(Omschrijving: Wit, merk: Seat)
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de rechtbank Den Haag van20 juni 2023, parketnummer 16-245776-22, met een termijn van 1 (één) jaar.
Dit arrest is gewezen door mr. M.E.L. Hendriks, als voorzitter, en mr. V.M. de Winkel en mr. C. Fetter, leden, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Karsters.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 februari 2026.