ECLI:NL:GHDHA:2026:343
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- I. Reijngoud
- A. Zonneveld
- A.J.I. Mullenders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij gezamenlijk ouderlijk gezag
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 8 augustus 2025 het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen aan de ouders toegekend. De moeder is op 11 november 2025 in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking, maar dit was buiten de wettelijke termijn van drie maanden na de beschikking.
De moeder voerde aan dat zij vanwege een medische situatie in Duitsland en coma niet eerder in hoger beroep kon komen. Het hof oordeelde echter dat zij deze bijzondere omstandigheden onvoldoende had onderbouwd, terwijl de vader dit betwistte. De advocaat van de moeder had pas op het laatste moment contact met haar en diende het hoger beroepschrift een dag later in, wat het hof niet als rechtvaardiging accepteerde.
Het hof benadrukte dat rechtsmiddeltermijnen van openbare orde zijn en strikt moeten worden nageleefd, met slechts onder bijzondere omstandigheden een uitzondering. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs voor bijzondere omstandigheden verklaarde het hof het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk. De beslissing werd op 25 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep van de moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige bijzondere omstandigheden.