Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Beoordeling in hoger beroep
“(...) [verweerder] is no longer an employee of the ExxonMobil Kazakhstan Inc. (referred to as "Branch") and, accordingly, does not receive any salary or other types of income from the Branch. His employment contract was terminated on May 10, 2023 (…)”. [verweerder] stelt dat hij op 11 juli 2024 zijn gewone verblijfplaats had in Rotterdam, dat hij daar werkte, dat zijn huidige echtgenote en hun kinderen daar toen ook woonden en de kinderen daar naar school gingen (en dat dit alles op dit moment nog steeds zo is). [verweerder] heeft dat onderbouwd door een uittreksel uit de GBA waaruit blijkt dat hij sinds februari 2024 in Rotterdam is ingeschreven en dat zijn echtgenote en kinderen daar op hetzelfde adres staan ingeschreven. Verdere ondersteuning is te vinden in het feit dat hij in maart 2024 zijn handtekening onder de toestemmingsverklaring voor de aanvraag van een Amerikaans paspoort voor [naam kind] heeft laten legaliseren door een Rotterdamse notaris. [verweerder] heeft verder een uitdraai overgelegd van zijn ‘work history’ zoals die op de site van ExxonMobil is vermeld. Daarin staat dat hij vanaf 1 augustus 2014 zijn standplaats had in Astana (Kazachstan), vervolgens vanaf 9 april 2017 in Moskou, en dat op het moment dat de alimentatieprocedure in Kazachstan werd ingesteld, op 11 juli 2024, zijn standplaats Rotterdam was.
feitelijkzijn gewone verblijfplaats in Kazachstan had.
6.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 24 juli 2025;
- bepaalt dat de proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.